Initiatiefnota D66/PvdA niet toereikend

Op 13 april houdt de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de initiatiefnota wapenexportbeleid 'Wapens en Principes' van D66 en PvdA. Stop Wapenhandel schreef een reactie op de initiatiefnota en spreekt hierover tijdens de rondetafel. Volgens Stop Wapenhandel moeten vrede, veiligheid en mensenrechten centraal staan in het wapenexportbeleid. Dat betekent: geen wapenexport naar arme landen, ondemocratische regimes en landen in conflictgebieden.

Europese harmonisatie van het wapenexportbeleid is alleen zinvol als het hieraan bijdraagt.

In de Initiatiefnota van D66 en PvdA wordt een geharmoniseerd Europees wapenexportbeleid voorgestaan, zodat een gelijk speelveld ontstaat voor de wapenindustrie, en zich een meer eenduidig Europees buitenlands beleid vormt. Stop Wapenhandel vreest dat meer Brusselse bevoegdheid over wapenexport alleen haalbaar zal blijken als de laagste norm de gemeenschappelijke EU-norm wordt. Daarmee wordt het paard achter de wagen gespannen. Het stimuleren van wapenexport uit economische overwegingen vindt Stop Wapenhandel zeer onverstandig.

'Wapens zijn geen bloembollen of zuivelproducten, wapenhandel is geen vrijblijvende economische bezigheid'. zegt Wendela de Vries van Stop Wapenhandel. 'Eenmaal geleverde wapens verdwijnen niet, maar leiden een lang leven en kunnen overal weer opduiken. Bondgenoten van vandaag kunnen de vijand van morgen zijn, zoals de geschiedenis leert.'
Stop Wapenhandel pleit voor voorzichtigheid bij het overhevelen van wapenexportcontrole naar het Europees niveau ten koste van nationale parlementaire controle. Het zou beter zijn om met kleine stappen de huidige werkwijze te versterken, waarbij nationale beslissingen in de Brusselse ambtelijke werkgroep voor Conventionele Wapens (CoArm) worden geëvalueerd en zo mogelijk geharmoniseerd.

Download PFD reactie op initiatiefnota

Reactie op Initiatiefnota D66 en PvdA Wapens en Principes. Ambities voor een geloofwaardig en geharmoniseerd wapenexportbeleid in Europa
n.a.v. Rondetafelgesprek Tweede Kamer 13 april 2015
(gesproken tekst Wendela de Vries)

Dank voor deze mogelijkheid om het wapenexportbeleid te bespreken. Voor Stop Wapenhandel staat de vraag centraal: draagt Europese harmonisatie bij aan het inperken van wapenexport naar arme landen, ondemocratische regimes, en landen in conflictgebieden? Dat moet het primaire doel van het wapenexportbeleid zijn.

Het stimuleren van wapenindustrie uit economisch belang vindt Stop Wapenhandel onverstandig. Bondgenoten van vandaag kunnen de vijand van morgen zijn, en eenmaal geleverde wapens verdwijnen niet.

In het Europees Gemeenschappelijk Standpunt wapenexport erkennen de lidstaten de bijzondere verantwoordelijk­heid die export van militaire goederen en technologie met zich meebrengt en committeren zij zich aan terughoudendheid.

Wat betreft harmonisatie:

De ruimte voor interpretatieverschillen in het Europees wapenexportbeleid is opzettelijk ingebouwd zodat lidstaten naar eigen inzicht buitenlands- en veiligheidsbeleid kunnen voeren.

Het risico van oprichting van een Europese wapenexportautoriteit is, dat een dergelijke autoriteit weinig gezag zal genieten, met name bij grote lidstaten. Tegelijkertijd dreigt met het instellen van zo'n autoriteit de rol van nationale parlementen te worden uitgehold.

Een bescheidener maar waarschijnlijk vruchtbaarder werkwijze is het versterken van CoArm, de huidige Europese ambtelijke werkgroep voor conventionele wapenexport. Interpretatieverschillen kunnen nu reeds binnen CoArm aan de orde worden gesteld.

Undercutting', zoals bij de export van Leopard-tanks naar Indonesië, kan ook op deze wijze voorkomen worden. Formeel bestond er in dit specifieke geval echter geen consultatieverplichting: het Nederlands parlement had namelijk de export al afgewezen voordat sprake was van een vergunningaanvraag.

Een eenduidiger Europese visie op het wapenexportbeleid kan ook worden gestimuleerd als de jaarlijkse wapenexportrapportages van de lidstaten standaard in het Europees Parlement besproken worden. Dat gebeurt nu niet.

Wat betreft het mensenrechtencriterium:

De grote zwakte hiervan is niet, dat onduidelijk is in welke mate er sprake is van mensenrechtenschending. De grote zwakte is, dat er conform de tekst van het Gemeenschappelijk Standpunt een directe relatie moet bestaan tussen de geleverde goederen en mensenrechtenschending. Indien dit niet het geval is, staat niets een levering in de weg. Tenzij een regering, mogelijk op initiatief van het parlement, eigen aanvullend beleid maakt.

Een grote verbetering zou zijn het loslaten van het idee dat met mensenrechtenschenders best militaire zaken gedaan kunnen worden, zolang ze maar niet specifiek jou wapen gebruiken.

Een kleine verbetering zou al zijn, als werd besloten geen wapens meer te leveren aan landen waar de krijgsmacht betrokken is bij mensenrechtenschendingen, ongeacht of ze dat met Nederlandse wapens doen.

Meer controle na levering is een goed idee. Ook militaire technologie die na export in andere systemen wordt ingebouwd, zou beter gevolgd moeten worden.

Wat betreft wapenembargo's:
Vrijwel altijd worden in een wapenembargo de nodige mitsen en maren ingebouwd. Om hiervan alleen een situatie vergelijkbaar met de export van Mistrals naar Rusland uit te zonderen is nogal ad hoc beleid.

Logischer zou zijn een allesdekkende formulering, bijvoorbeeld: “een wapenembargo is algeheel bindend voor alle goederen op de lijst met militaire goederen (en dual-use) met onmiddellijke ingang.”
De kans is echter klein dat de Europese lidstaten dan ooit nog een wapenembargo zullen overeenkomen.

Concluderend
Naar mening van Stop Wapenhandel moet wapenexportbeleid normen voor vrede, veiligheid en mensenrechten hooghouden. Het is de vraag, of van bovenaf opgelegde harmonisatie daarvoor het meest effectieve middel is.

Europese harmonisatie is wenselijk voor het bedrijfsleven, dat duidelijkheid en gelijk speelveld wil. Maar wapenexportbeleid is buitenlandbeleid, en daarover wordt in Europa nu eenmaal verschillend gedacht. Harmonisatie zal in zo'n geval alleen mogelijk, als de laagst mogelijke norm tot algemene norm wordt verheven. En dat is natuurlijk niet wenselijk.

Naar mening van Stop Wapenhandel begint een effectief wapenexportbeleid in Nederland, bij een nationale toets van concrete orders door het Nederlands parlement. Verbeteringen op Europees niveau kunnen hierop zeker een aanvulling zijn. Wij pleiten voor het stapsgewijs versterken van de huidige rol van CoArm, en een grotere betrokkenheid van het Europees parlement.
 

 

..