Wapenhandel met dictators

Springstof, Vredesmagazine nr.2 2011
Door Frank Slijper

Stormachtige ontwikkelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten - een paar maanden eerder nog ondenkbaar - domineren sinds het begin van 2011 het nieuws. Daarbij vallen vanuit wapenhandelperspectief twee zaken op: de Nederlandse leveranties aan veel van de nu gevallen of omstreden regimes, als ook de hypocrisie waarmee het wapenexportbeleid, of beter het buitenlandse beleid, wordt ingevuld.
 
De regio is met name na de Koude Oorlog een groot afzetgebied geworden voor Nederlandse wapens, zowel oud als nieuw. Vooral de waslijst overtollig defensiematerieel dat naar het Midden-Oosten ging is enorm. De afgelopen twee decennia verkocht Den Haag ondermeer ruim duizend YPR pantservoertuigen aan Egypte, twee S-fregatten aan de Verenigde Arabische Emiraten en zes F-16’s en meer dan duizend pantservoertuigen en trucks aan Jordanië. Kleinere hoeveelheden landmachtmaterieel gingen naar Bahrein en Jemen.
 
Nieuw legermaterieel komt van Scheepswerf De Schelde dat in opdracht van Marokko drie fregatten bouwt. Thales Nederland levert daarvoor de radar en vuurleidingsapparatuur, net zoals het dat doet voor schepen van de marines van Egypte, Oman, Qatar en Tunesië.
Jarenlang werd iedere kritiek op wapenexporten naar het Midden-Oosten – dictatuur, menesenrechtenschendingen, interne en regionale conflicten, torenhoge militaire uitgaven tegenover armoede en hoge werkloosheid - van regeringswege al snel weggewuifd. Olie, Nederlandse werkgelegenheid, steun aan tegenstanders van het Iraanse regime, samenwerking bij het bestrijden van migranten – het waren altijd argumenten die zwaarder wogen dan de bezwaren die maatschappelijke organisaties aanvoerden.
Zowel over de pantservoertuigen die Nederland aan Bahrein verkocht, als die aan Egypte zijn in het verleden Kamervragen gesteld en steeds zagen ministers de kans op inzet tegen de eigen bevolking niet als reëel gezien. Pas nu miljoenen de straat op gaan omdat ze niet langer accepteren te leven in armoede en werkloosheid en zonder basale burgerrechten, en vooral pas toen bleek dat die kracht zo sterk was dat ze de autoritaire regimes in Tunesië en Egypte omver wisten te werpen, en elders, van Bahrein en Jemen tot Libië en Marokko, honderdduizenden anderen zich daardoor geïnspireerd en gesterkt voelden, pas toen erkende de Nederlandse regering en het gros van de westerse wereld dat hun oude bondgenoten gehate dictators waren. Die kanteling, ook in de media en bij een groot deel van het grote publiek is opmerkelijk, en als je niet te cynisch bent ook hoopgevend.
 
Tegelijk is het uiteraard enorm wrang beelden te zien van dezelfde types pantservoertuigen die Nederland eerder verkocht in de straten van Manama, de hoofdstad van Bahrein te zien, op de dag dat het leger met grof geweld ingrijpt tegen demonstranten, met dodelijke slachtoffers tot gevolg. Het lijkt eerder een kwestie van wanneer dan of de door Nederland verkochte legervoertuigen in Jordaanse steden zullen worden ingezet.
Vergelijkbaar zijn de beelden van Chinook transporthelikopters in Libië, waar Nederland de afgelopen twee jaar geen bezwaar zag tegen doorvoer en reparatie van onderdelen ervoor ten bate van de strijdmacht van Khadaffi. Niet voor niets lag zijn medewerking bij het dichthouden van de grenzen van de Europese Unie aan de basis van het opheffen van het Europese wapenembargo tegen Libië. Met name Italië, maar ook Frankrijk en Groot-Brittannië stortten zich vervolgens als gieren op de nieuwe prooi. Op gepaste afstand, maar met dezelfde argumenten, gaf Nederland z’n akkoord aan de verkoop van een radar voor de grenswacht. Tenenkrommend ongeloofwaardig is in dat verband de argumentatie van de vorige regering bij een vergunningsaanvraag voor de export van nachtzichtapparatuur naar Libië: vanwege het erkende risico van mensenrechtenschendingen van vluchtelingen door Libische soldaten zou de ambassade ter plekke de vinger aan de pols moeten houden.
Dat is helaas exemplarisch voor het niveau waarop Nederland z’n wapenexportbeleid vorm geeft. Onder druk van de verkopende partij, en vooral gesteund door het ministerie van Economische Zaken, geeft Buitenlandse Zaken zijn fiat voor wapenverkopen aan dictaturen.