Geachte Minister Hennis van Defensie

21 februari 2015 - BN De Stem
Geachte...
Wekelijkse rubriek waarin een brief- schrijver zich richt tot een persoon met mening, bijval of kritiek.
Geachte minister Hennis van Defensie

Volgende week leidt u een militaire handelsmissie naar de Verenigde Arabische Emiraten. Tientallen Nederlandse bedrijven gaan mee, alsmede twee brancheorganisaties van de wapenindustrie, en naast uw eigen medewerkers ook medewerkers van Buitenlandse Handel en Economische Zaken. Een zware delegatie om de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie te promoten. U bezoekt bovendien de IDEX wapenbeurs, de grootste wapenbeurs van het Midden-Oosten.
U gaat bedrijven helpen hun militaire export te vergroten in een regio waar ondemocratische regimes op grove wijze de mensenrechten schenden. In landen die oogluikend toestaan dat extremis- tische groepen van geld en wapens worden voorzien. Dat zijn geen regimes waarmee men zaken moet willen doen, zeker geen militaire zaken. We hebben het hier niet over bloembollen of zuivelexport, maar over producten die regimes helpen de macht te behouden.
Tijdens de Arabische Lente, in 2011, bleek dat Nederlandse pant- servoertuigen werden ingezet tegen burgers in Bahrein en hoogst- waarschijnlijk ook Egypte. De Tweede Kamer schrok zich een hoedje en riep de verantwoordelijke ministers op het matje. Besloten werd toen om de wapenexport naar het Midden-Oosten te stoppen. Een besluit dat slechts 5 maanden heeft standgehouden, toen werd vanwege de Nederlandse concurrentiepositie de handel weer hervat. Niet bepaald reclame voor de Nederlandse houding ten opzichte van mensenrechten en democratie.
Nederland is een grote wapenexporteur. Uw eigen ministerie voorop: dat verkoopt grote hoeveelheden tweedehands materieel over de hele wereld. Gevechtsvliegtuigen bijvoorbeeld die hier ‘tot op de draad versleten’ worden genoemd, vinden nog gretig aftrek in Jordanië. Daarnaast kent Nederland een aantal grote wapenproducenten en enkele honderden bedrijven die grotendeels voor de civiele markt produceren, maar ook willen produceren voor krijgsmachten en veiligheidsdiensten.
Verschillende bedrijven die meegaan met uw handelsmissie hebben gereageerd op onze kritiek over hun deelname. Allemaal doen ze alsof hun neus bloedt.
Sommige bedrijven beweren dat ze geen wapens maken, maar alleen onderdelen, bijvoorbeeld elektronica. Maar als die elektronica een raket naar zijn doel stuurt is dat een essentieel wapenonderdeel. Andere bedrijven beweren dat ze alleen defensieve wapens maken. Maar het onderscheid tussen offensieve en defensieve wapens is militair gezien flauwekul. Pantser is bijvoorbeeld bedoeld als bescherming, maar met goede bepantsering is het makkelijker om de aanval te openen. Bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en niet willen ver- kopen aan foute klanten.
Daarbij kan men zich niet simpelweg verschuilen achter wapenexportregels. In totaal werd de afgelopen 10 jaar 630,1 miljoen euro aan militaire goederen vanuit ons land naar het Midden-Oosten geëxporteerd. Daarvoor moet altijd een vergunning worden aangevraagd. Er volgt dan een toetsing aan de hand van criteria, die betrekking hebben op onder meer mensenrechten, het risico dat de wapens een conflict vere geren en het risico op doorleveren naar andere bestemmingen. In de praktijk blijkt dat dit niet belet dat wapens worden geleverd aan landen waar het met de mensenrechten erbarmelijk gesteld is, of die betrokken zijn bij een conflict. De wapenexportregels zijn een wassen neus.
De Britse prins Charles heeft inmiddels verklaard genoeg te heb- ben van het promoten van wapens in het Midden-Oosten. Misschien kunt de koninklijke weg bewandelen en de handelsmissie annuleren.
Veel succes daarmee.

Vriendelijke groet,
Wendela de Vries
coördinator Stop Wapenhandel