EU 17e Jaarlijkse Rapport over wapenexportcontrole: te laat, incompleet en inconsistente cijfers

Persbericht Europees Netwerk Tegen Wapenhandel
6 mei 2016 - Gepubliceerd Brussel, Bremen, London, Barcelona, Helsinki, Bratislava, Praag, Oslo, Parijs, Rome, Amsterdam, Stokholm - Naar aanleiding van het 'Zeventiende EU Rapport export van militaire technologie en materieel' heeft het Europese Netwerk tegen Wapenhandel (ENAAT) forse kritiek op de Europese Raad, omdat deze democratische controle op wapenexport niet serieus lijkt te nemen.

“Ondanks verzoeken van het Europees Parlement en maatschappelijk organisaties is het Rapport dit jaar weer te laat gepubliceerd, incompleet en de cijfers zijn inconsistent”, aldus ENAAT. Dit komt mede door de liberalisering van de interne Europese wapenmarkt. ENAAT is een netwerk van nationale en internationale organisaties die zich bezig houden met controle op wapenexport in Europa.

De nieuwe cijfers, die over 2014 gaan en nu te vinden zijn in de gebruikersvriendelijke ENAAT-browser(http://www.enaat.org/export/licence.en.html), tonen het Midden-Oosten als de belangrijkste bestemming van EU wapenexport in dat jaar, met meer dan 31,5 miljard euro aan exportvergunningen. Dit betekent dat EU-landen de meeste wapens verkopen aan een regio die geplaagd wordt door grote conflicten en autoritaire regimes. “De late publicatie van deze cijfers maakt democratische controle tot een farce: wapenexportcijfers van januari 2014 worden 27 maanden na afgifte van exportvergunningen of de daadwerkelijke export pas bediscussieerd. Als de EU en de lidstaten wapenexportcontrole serieus nemen moet dit echt verbeteren”, stelt Martin Broek, onderzoeker bij Stop Wapenhandel.

Sommige landen houden zich niet aan de gemeenschappelijke rapportagestandaard, waardoor vergelijken tussen landen onmogelijk is. De grootste Europese wapenexporteurs, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Duitsland, rapporteren onvolledig. Terwijl het Europese Parlement in 2015 juist om betere verslaglegging had gevraagd, wordt deze alleen maar slechter. Onder het mom van liberalisering van de interne markt versoepelen diverse landen, waaronder Frankrijk en België, hun vergunningtoekenning. Daardoor neemt het risico op dubieuze exporten toe, terwijl de democratische controle bemoeilijkt wordt.

De conclusie die te trekken valt uit de onvolledige cijfers is zeer verontrustend. Saoedi-Arabië blijft de belangrijkste bestemming voor Europese wapens in de afgelopen 15 jaar. In het algemeen draagt de Europese wapenexport niet bij aan veiligheid maar voedt het juist conflicten. EU-lidstaten hebben wapenexport toegestaan naar mensenrechtenschenders en landen in oorlog, waaronder Saoedi-Arabië (3,9 miljard euro), Qatar (11,5 miljard euro), Egypte (6,15 miljard euro) en Israël (998 miljoen euro). ENAAT roept de EU op een omvattend antwoord op conflicten te geven door hun sociale, economische, milieu- en politieke oorzaken aan te pakken, in plaats van op te treden als pyromane brandweerman. “Het is tijd dat vrede en veiligheid voorrang krijgen op winstbejag en nationale rivaliteit” concluderen de ENAAT-lidorganisaties.

Ondertekend door:
BUKO-Campaign stop the arms trade - Bremen, Germany
Campaign Against Arms Trade - UK
Centre Delàs d'Estudis per la Pau- Barcelona, Spain
Committee of 100, Finland
Human Rights Institute, Slovakia
NESEHNUTÍ - Czech Republic
Norwegian Peace Association, Norway
Observatoire des armements - France
Peace Union of Finland - Finland
Rete Italiana per il Disarmo - Italy
Stop Wapenhandel - Netherlands
Swedish Peace and Arbitration Society, Sweden
Vredesactie – Belgium
International Peace Bureau (IPB)
Quaker Council for European Affairs (QCEA)