Koerden vergast met onze hulp

(De Pers - Arnold Karskens - 13 november 2008)

De helft van alle gifgasleveringen aan Saddam Hoessein kwam van Nederlandse bedrijven. Dat blijkt uit een tot voor kort geheim rapport van de Verenigde Naties.

Een tot voor kort top secret rapport van de Verenigde Naties over Iraks gifgasprogramma wijst resoluut de beschuldigende vinger naar Nederland. Bedrijven als Melchemie Holland bv uit Arnhem, KBS uit Terneuzen en de reeds tot zeventien jaar celstraf veroordeelde zakenman Frans van Anraat worden met naam genoemd op een lijst met bankgaranties voor de aanschaf van grondstoffen voor CW-programmes, wat staat voor het chemische oorlogsvoeringsprogramma van Saddam Hoessein.

Zo leverde KBS, in maart 1983, 500 ton Thiodiglycol, grondstof voor mosterdgas. Het Iraq’s Full, Final andComplete Disclosure stelt dat ruwweg de helft van alle leveranties liep door Nederlandse handen.

Het gifgas werd door Saddam ingezet tijdens de oorlog met Iran (1980-1988) en tegen de eigen bevolking. In het Koerdische stadje Halabja in Noord-Irak stikten op 16 maart 1988 vijfduizend mensen in een mengsel van mosterd- en zenuwgassen. Het was de grootste aanval met gas in de geschiedenis en maakte deel uit van de Anfal-campagne, die in 1987 en 1988 totaal zo’n 20.000 gifgasslachtoffers kende.

De Tweede Kamer kan met deze duidelijke Nederlandse inbreng niet om een parlementair onderzoek heen, meent Frank Slijper van het comité Campagne tegen Wapenhandel. VVD’er Fred Teeven vindt een breed onderzoek naar de rol van het Nederlands bedrijfsleven desondanks onnodig. Dat is niet vreemd, want zijn partijgenoot Frits Bolkestein gaf als staatsecretaris van Economische Zaken toestemming voor leveringen van grondstoffen die ook gebruikt konden worden voor de productie van gifgas.

Overigens vroeg Teeven samen met Harry van Bommel en Krista van Velzen (beiden SP) in maart de Nederlandse regering wel de gifgasaanvallen op de Koerden te bestempelen als ‘genocide’, het ergste misdrijf in het internationaal recht. Balkenende weigerde, want hij vindt dit een zaak voor de regering van Irak.

Internationaal vestigt Frank Slijper zijn hoop op een initiatief van Nederlandse, Portugese en Duitse leden van het Europees parlement dat pleit voor erkenning van de genocide. Tot nu toe heeft alleen de Koerdische Regionale Regering deze stap gezet.

De Nederlandse onderzoeker Joost Hiltermann van de International Crisis Group waarschuwt voor te veel optimisme. ‘Geen ander land of organisatie zet zich daar voor in. Het kost veel geld en tijd en is geen prioriteit. Terwijl het goed zou zijn als voorbeeld naar anderen.’

Zelf ziet hij de gifgasaanvallen als ‘een misdrijf tegen de menselijkheid’. Genocide lijkt hem niet haalbaar. ‘Probleem is dat je moet bewijzen dat het tegen de bevolking is ingezet met de bedoeling om ze allemaal uit te moorden, man, vrouw en kind.’

En toegeven dat het inderdaad genocide was is niet erg aantrekkelijk: het zet de deur wagenwijd openen voor miljardenclaims van de slachtoffers, onder wie ook tienduizenden uit Iran. ‘De Tweede Kamer kan niet meer om een parlementair onderzoek heen.’