"Bijna helft gifgas Irak kwam uit Nederland"

(Novum - 14 november 2008)

Zo'n 45 procent van de gifgasleveringen aan Saddam Hoessein in de jaren tachtig was afkomstig uit Nederland. Dat zegt de organisatie Campagne tegen Wapenhandel op basis van een rapport van de Verenigde Naties (VN) uit 1997 dat vrijdag openbaar is gemaakt. De organisatie pleit voor een parlementair onderzoek naar de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven en politici van het gifgasprogramma van Irak.

Volgens een woordvoerder van het comité heeft het VN-rapport als belangrijks bewijsmateriaal gediend in de rechtszaak tegen Frans van Anraat. De Nederlandse zakenman kreeg in mei vorig jaar in hoger beroep zeventien jaar celstraf opgelegd voor het leveren van de chemicaliën aan Irak. De stoffen zouden zijn gebruikt voor het produceren van mosterd- en zenuwgas, waarmee Saddam Hoessein eind jaren tachtig Koerdische dorpen in het noorden van Irak bestookte. Duizenden Koerden kwamen daarbij om het leven.

Niet alleen Van Anraat is volgens de organisatie betrokken bij de levering van gifgassen, maar ook bedrijven als Melchemie van Hans Melchers. Melchers heeft zich altijd geweerd tegen de beschuldigingen aan zijn adres.

De Campagne tegen Wapenhandel heeft een aantal delen van het rapport op haar website geplaatst. Volgens de zegsvrouw was het rapport nooit officieel geheim en is het onduidelijk waarom niemand de inhoud kende. Het comité hoopt dat het rapport aanleiding is voor uitgebreid onderzoek naar de gasleveranties aan Irak.

Op basis van het geopenbaarde rapport heeft de SP minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) gevraagd te onderzoeken of de leveranciers strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Volgens Kamerlid Krista van Velzen wisten de bedrijven dat deze bestanddelen gebruikt zouden kunnen worden voor gifgas. Ze wijst erop dat oorlogsmisdaden niet verjaren.