Regering verhult aandeel wapenhandel in exportkredietverzekeringen

Persbericht - Campagne tegen Wapenhandel

Amsterdam/Groningen, 3 september 2007 – De regering spiegelt het parlement een onjuist beeld voor als het gaat om exportsteun voor wapenhandel, meent de Campagne tegen Wapenhandel.

Op de vraag: “Is het waar dat 27% van de Nederlandse exportkredietverzekeringen, berekend over de periode van augustus 2002 tot augustus 2006, wordt besteed aan wapenhandel?”, antwoordde staatssecretaris Heemskerk deze zomer ontkennend. Volgens hem zou het gaan om slechts rond de 9%. Uit onderzoek van de Campagne tegen Wapenhandel blijkt echter dat hij daarbij niet uitgaat van het totale risico dat de staat met die exportkredietverzekeringen loopt, maar van de totale nominale contractbedragen zoals afgesloten door betrokken ondernemingen, een in dit verband volstrekt irrelevante grootheid.

Naar aanleiding van een woensdag te houden ‘technische briefing’ door het ministerie van Financiën over exportkredietverzekeringen heeft de Campagne tegen Wapenhandel alle cijfers nog eens nagelopen en gecontroleerd. Daarbij blijkt, dat de cijfers die staatssecretaris Heemskerk geeft in de beantwoording van Kamervragen op 3 juli 2007, wel op heel merkwaardige wijze tot stand zijn gekomen. In haar antwoord meldde de regering deze zomer dat rond de 9% van de Nederlandse exportkredietverzekeringen voor wapenhandel wordt gebruikt. In eerder onderzoek van de Campagne tegen Wapenhandel werd dit percentage geschat op 27%. Naar nu blijkt gaat de regering niet uit van het verzekerde risico  - namelijk het bedrag waarvoor de staat bij wanbetaling opdraait - maar de totale orderwaarde van de afgesloten contracten. Voor genoemd tijdvak gaat het om een verschil van bijna 9 miljard euro: 5,3 resp. 14,2 miljard euro. Niet alleen is de totale contractwaarde een oncontroleerbare, want bedrijfsvertrouwelijke grootheid, ze is in dit geval totaal irrelevant. Van belang in de discussie over door de staat gegarandeerde exportkredietverzekeringen is immers het risico dat de overheid bij wanbetaling loopt en niet het bedrijfsrisico.

“De regering geeft zo een onjuist beeld van de mate waarin het rugdekking verleent voor wapenexporten,” stelt Frank Slijper van de Campagne tegen Wapenhandel. “Volgens onze berekeningen, op grond van de openbare gegevens die exportkredietverzekeraar Atradius verstrekt, is in de periode augustus 2002 tot en met juli 2006 maximale schadevergoeding ter waarde van 5,3 miljard euro door de staat gedekt, waarvan ruim 1,2 miljard voor militaire bestemming, oftewel 23%. Daarbij zijn wij uitgegaan van een strikte definitie van wapenexport: orders waarvoor geen wapenexportvergunning hoeft te worden aangevraagd, hoewel ze wel een militaire bestemming hebben, hebben we daarbij nog niet eens meegerekend. “

Dat de regering met een veel lager percentage naar buiten komt wekt volgens de Campagne tegen Wapenhandel de indruk dat zij zich bewust is van de maatschappelijke onwenselijkheid van het grote militaire aandeel in de exportkredietverzekeringen, en dat zij dit aandeel in de publieke beeldvorming wil bagatelliseren.