Meer steun voor Nederlandse exporteur

(Het Financieele Dagblad - Joost Schmets, 25 oktober 2005)

De grote omvang van de verstrekking van exportkredietverzekeringen voor wapens heeft negatieve gevolgen voor andere bedrijfstakken, zo blijkt. Hieronder een duidelijk voorbeeld van een levering van medische apparatuur voor Indonesië, die geen gebruik kan maken van een exportkredietverzekering, omdat het maximale bedrag voor exportkrediet financiering naar Indonesië al is overschreden.

AMSTERDAM - 'We hebben een exportopdracht, maar we dreigen die niet te kunnen uitvoeren. Ja, dat is frustrerend.' Gerrit van der Schouw, directeur van de Delftse apparatenbouwer Enraf Nonius kan zijn chagrijn nauwelijks onderdrukken. Een consortium van bedrijven heeft de opdracht verworven voor de bouw van een aantal academische ziekenhuizen in Indonesië.

Enraf Nonius levert de medische apparatuur. De voorcontracten voor deze order met een totale waarde van ruim euro 200 mln zijn al getekend, maar het project dreigt niet te kunnen worden uitgevoerd omdat het onmogelijk is de operatie verzekerd te krijgen tegen niet- betalende klanten. Het plafond voor exportverzekeringen naar Indonesië is bereikt. Bij te lang oponthoud zullen de Indonesische autoriteiten waarschijnlijk een andere gegadigde voor de opdracht kiezen. Wellicht kan de obligoswap, een nieuw instrument van het ministerie van Financien, uitkomst bieden.

In vrijwel alle industrielanden hebben overheden beleidsinstrumenten om hun bedrijfsleven in het buitenland te ondersteunen. Met de exportkredietverzekering (ekv) kunnen Nederlandse exporteurs zich verzekeren tegen betalingsrisico's. Hierbij gaat het vooral om export van kapitaalgoederen en uitvoering van aannemingswerken over langere termijn.

Financiering van die projecten gaat vaak via een lening van een Nederlandse bank aan de buitenlandse afnemer. Banken die zich willen verzekeren tegen het risico dat de buitenlandse afnemer de lening niet terugbetaalt, kunnen voor de export naar meer risicovolle landen vaak niet terecht op de particuliere markt. De dekking van particuliere verzekeraars is dan vaak afwezig of onvoldoende, en premies zouden te hoog worden.

Daarom biedt de overheid via verzekeraar Atradius Dutch State Business (DSB) banken en exporteurs de mogelijkheid om risico's te herverzekeren. Atradius Dutch beoordeelt in samenspraak met de Nederlandsche Bank en de ministeries van Financiën en Economische Zaken aanvragen en geeft polissen af. Het verzekerde risico ligt volledig bij de overheid.

Bij beoordeling van de aanvraag bekijkt Atradius onder meer hoeveel risico op een bepaald land gelopen wordt. Om het door de overheid gelopen risico in toom te houden, heeft Financiën voor elk 'risicoland' een plafond vastgesteld.

Is dit plafond bereikt, dan kan voor dit land geen verzekering meer worden afgegeven, uitgezonderd specifieke, uitzonderlijke omstandigheden', zoals Atradius DSB-directeur Johan Schrijver het noemt. Instemming van het ministerie van Financiën is dan wel vereist.

De obligoswap moet meer ruimte en zekerheid bieden voor exporteurs. Hierbij probeert een exportkredietverzekeraar een deel van zijn betalingsrisico's uit te ruilen met een verzekeraar in een ander land.

Het ministerie van Financiën legt uit: 'Een betere spreiding van risico's over de verschillende wereldregio's levert een gezondere portefeuille op. Bij een oververtegenwoordiging van risico's in Zuidoost-Azië kan de Nederlandse kredietverzekeraar proberen een deel van het kredietrisico op bijvoorbeeld de Filippijnen te ruilen met een buitenlands agentschap dat op zijn beurt een risico op Mexico overdraagt.'

Robert Poelhekke van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de obligoswap 'een eerste stap in de goede richting. Met de swap spreid je het risico aan de achterdeur. Je accepteert meer risico's en gaat proberen die achteraf te ruilen met buitenlandse kredietverzekeraars. Je kan zo meer export in verzekering nemen. Dat is goed nieuws voor exporteurs, maar voor een land als Indonesië zal dit instrument niet voldoende blijken'.

Zorgvuldig opgebouwde contacten dreigen verloren te gaan, al gedane investeringen zijn in een klap waardeloos. Van der Schouw ziet het met lede ogen aan. 'We hebben behoorlijk geïnvesteerd om deze opdracht binnen te halen. Je bent zo een ton kwijt aan acquisitiekosten.'

Overheid streeft naar snellere afhandeling aanvragen.

De wet zegt op dit moment niets over hoe met obligoswaps moet worden omgegaan. Daarom heeft het ministerie van Financiën de faciliteit begin deze maand ter beoordeling aan de Tweede Kamer voorgelegd. Het initiatief maakt deel uit van een nieuwe werkwijze, die moet zorgen voor meer efficiëntie bij beoordeling van aanvragen.

Van de aanvragen die bij Atradius jaarlijks binnenkomen, handelt de uitvoerder nu ongeveer een derde zelfstandig af. In de toekomst zal dat het dubbele zijn. De overige verzekeringsaanvragen worden met een advies van Atradius voorgelegd aan de Nederlandsche Bank en vervolgens aan de ministeries van Financiën en Economische zaken, die elk een advies geven.

Een nieuwe werkwijze waarbij de vier betrokken partijen gezamenlijk een advies uitbrengen, moet sneller duidelijkheid bieden. Nu duurt het aanvragen gemiddeld 55 dagen, na de reorganisatie zeven dagen minder.

Voor verzekerde export naar Indonesië zal de obligoswap voorlopig niet afdoende zijn. Directeur Schrijver bevestigt dat Atradius DSB in gesprek is met een Scandinavische exportkredietverzekeraar over 'enige tientallen miljoenen' aan kredietverzekeringen voor Indonesië. Experts schatten de wachtrij voor dit land op enkele honderden miljoenen.