Brief Ministerie van Financien.
De techniek van exportkredietverzekering 25/06/2004


Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag


Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk

Brief aan TK over EKI techniek BFB 2004-5146M


Onderwerp:
De techniek van EKI

Tijdens het algemeen overleg van de vaste kamercommissie van ontwikkelingszaken over DAC-criteria van 27 mei 2004 heeft de minister van ontwikkelingssamenwerking toegezegd dat de regering een brief zal sturen over de 'techniek van EKI'. Dit verzoek hing samen met het feit dat een aantal kamerleden nog steeds vraagtekens plaatste bij de wijze waarop Nederland de kwijtschelding van zogenaamde EKI-vorderingen toerekent aan ODA. In onderstaande brief wordt achtereenvolgens ingegaan op de volgende vragen: wat is exportkredietverzekering; wat zijn EKI-vorderingen; waarom geldt de kwijtschelding van EKI-vorderingen als ODA; wat is kostendekkendheid; wat zijn de budgettaire consequenties van kwijtschelding?

Techniek van exportkredietverzekering

De techniek van de exportkredietverzekering laat zich het best uitleggen aan de hand van een versimpeld voorbeeld. Stel een Nederlandse scheepsbouwer wil een boot verkopen aan een buitenlandse afnemer. De buitenlandse afnemer zal normaal gesproken verlangen dat hij de boot in termijnen kan betalen. Dus om de boot te kunnen verkopen is het van belang dat de Nederlandse exporteur ook een aantrekkelijke financiering kan bieden. Deze financiering heeft in veel gevallen de vorm van een lening van een Nederlandse bank aan de buitenlandse afnemer. De bank zal zich willen verzekeren tegen het risico dat de buitenlandse afnemer de lening niet terugbetaalt. Indien de buitenlandse afnemer zich bevindt in Europa, de VS of Japan zal hij de verzekering bij een particuliere kredietverzekeraar kunnen afsluiten. Particuliere verzekeraars bieden echter geen of slechts in beperkte mate dekking op meer risicovolle landen. Onder bepaalde voorwaarden is de Staat bereid om wel dekking te geven op deze meer risicovolle landen. Met deze service, die aanvullend is aan de particuliere markt, beoogt de Nederlandse Staat bij te dragen aan het creëren van een complete markt voor de verzekering van exportkredieten. Hierdoor worden Nederlandse exporten bevorderd, wat positief is voor het ondernemingsklimaat, concurrentiekracht en de werkgelegenheid in Nederland.

De bank in het bovenstaande voorbeeld betaalt aan de Staat (via uitvoerder Atradius Dutch State Business (DSB) N.V.) een premie. In ruil voor deze premie krijgt de bank de verzekering dat als de buitenlandse afnemer niet aan zijn verplichtingen voldoet hij een schadevergoeding (via Atradius DSB N.V.) van de Staat ontvangt. De polisvoorwaarden voorzien standaard in een eigen risico voor de verzekerden (voorheen was dit 5% voor alle risico's, nu is dit lager en gedifferentieerd naar risico).

EKI-vorderingen

EKI staat voor Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties. EKI is de afdeling binnen het ministerie van Financiën verantwoordelijk voor de exportkredietverzekeringsfaciliteiten van de Staat. Hoe ontstaat nu een zogenaamde EKI-vordering? Stel dat in het bovenstaande voorbeeld de buitenlandse afnemer op een gegeven moment ophoudt te betalen. De kredietschade die de bank loopt wordt dan met inhouding van het eigen risicodeel vergoed door de Staat (via Atradius DSB N.V.). Op het zelfde moment gaat de gehele vordering (dus inclusief eigen risico deel) van de bank over naar de Staat (meer precies naar Atradius DSB N.V. die deze in last houdt voor de Staat). Dit zijn de zogenaamde EKI-vorderingen. Atradius DSB N.V. en de Staat proberen vervolgens om alsnog zoveel mogelijk van de vordering te innen bij de buitenlandse afnemer. Een deel van de vorderingen komt uiteindelijk - dit is in de regel vele jaren na het ontstaan van de schade - in de Club van Parijs. In de Club van Parijs maken crediteurenlanden afspraken met landen die niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Indien er sprake is van een evident onhoudbare schuld kan de club besluiten om een deel van de schuld kwijt te schelden.

EKI vorderingen en ODA

De DAC heeft richtlijnen voor de rapportage van de ODA inspanningen van landen. Deze richtlijnen stellen dat de kwijtschelding van officiële schulden van DAC 1 landen ontwikkelingsrelevant is en dus kan worden aangemerkt als ODA. Het is van belang om op te merken dat dit predikaat ontwikkelingsrelevant los staat van de transactie die oorspronkelijk aan het ontstaan van de vordering ten grondslag heeft gelegen. De enige uitzondering die hierop wordt gemaakt is militaire goederen. De kwijtschelding van schulden ontstaan uit militaire transacties zijn nimmer ontwikkelingsrelevant. Dat de DAC de kwijtschelding van officiële schulden aanmerkt als ODA is begrijpelijk. In de afgelopen jaren is in toenemende mate het besef gegroeid dat de schuldenlast van een groot aantal ontwikkelingslanden onhoudbaar is geworden.

Naar aanleiding van het IOB rapport over het Nederlandse schuldverlichtingsbeleid zijn er veel vragen rezen over de juistheid van de wijze waarop Nederland de kwijtschelding van EKI-vorderingen toerekent aan ODA. Sommigen hebben betoogd dat de premies en de eigen risicodelen eerst van de vorderingen zouden moeten worden afgetrokken, waardoor er een lager bedrag zou worden gerapporteerd als ODA. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft deze vraag mede namens mijzelf voorgelegd aan de leden van de DAC via het secretariaat van de DAC. Uit het antwoord van het DAC secretariaat blijkt dat de Nederlandse wijze van rapporteren, waarbij 100% van de kwijtgescholden vordering wordt gerapporteerd als ODA in overeenstemming is met de DAC-criteria. Bovendien blijkt dat alle aangesloten landen met uitzondering van een land, op dezelfde wijze rapporteren als Nederland. Deze interpretatie is overigens niet verwonderlijk. Voor het bepalen van de ODA-inspanning kijkt de DAC naar de omvang van de gift die het land ontvangt. De omvang van de gift is gelijk aan 100% van de kwijtgescholden vordering (m.a.w. als Nederland een vordering van euro100 kwijtscheldt dan is de omvang van de gift van Nederland aan het debiteuren land euro100 en niet euro 90). Dat de Nederlandse Staat ooit premies heeft ontvangen om risico's in verzekering te nemen is vanuit deze optiek niet relevant. Volgens hetzelfde gegeven is het ook niet relevant dat de Nederlandse Staat aanzienlijke kosten moet maken om de exportkredietfaciliteiten te kunnen aanbieden

Kostendekkendheid

Een van de randvoorwaarden waaronder de Nederlandse Staat exportkredietverzekering aanbiedt is dat het stelsel van exportkredietverzekeringsfaciliteiten over de middenlange termijn kostendekkend dient te zijn. De reden hiervoor is in de eerste plaats budgettaire. Daarnaast ligt aan dit kostendekkendheidsvereiste ook een internationale afspraak ten grondslag. Deze afspraak, die onder andere is neergelegd in de zogenaamde Consensus in het kader van de OESO (dit is een herenakkoord tussen de industrielanden) en het WTO ASCM verdrag, beoogt te voorkomen dat er een subsidierace tussen landen onderling gaat ontstaan. Het is van belang om te benadrukken dat deze afspraak geen enkele relatie heeft met de DAC richtlijnen die gaan over de vraag of iets als ODA kan worden aangemerkt of niet.

Met kostendekkendheid wordt bedoeld dat de over de lange termijn de volgende vergelijking geldt:

premies = uitvoeringskosten + schade - recuperatie op schades

In sommige commentaren is gesteld dat er geen sprake zou kunnen zijn van kwijtschelding omdat de faciliteit kostendekkend dient te zijn. Dit is evident onjuist. Een voorbeeld moge dit verduidelijken. Commerciële banken hebben een winstoogmerk (en maken in de regel ook winst). Desondanks schelden ze van tijd tot tijd vorderingen kwijt. Voor de overheid is dit niet anders. Zoals eerder gesteld, als de overheid kwijtscheldt op DAC 1 landen dan geldt dit conform de DAC criteria als ODA.

In de begroting is toegezegd dat de kostendekkendheid van de faciliteit in 2006 wordt geëvalueerd. Hiertoe wordt nu gewerkt aan een nieuwe (meer accurate methode) van bedrijfseconomische resultaatbepaling. De kostendekkendheid van de faciliteit gemeten op cumulatieve kasbasis tussen 1949 en 2003 bedraagt momenteel euro 159 miljoen positief.

Budgettaire verwerking exportkredietverzekering

De budgettaire verwerking van de exportkredietverzekering vindt plaats onder artikel 5 van de Financiën (9b) begroting. Premies worden geboekt als inkomsten en uitvoeringskosten als een uitgave. Als er schade moet worden uitbetaald dan wordt dit geboekt als een uitgave. Als er vervolgens weer een deel van de schade wordt teruggehaald bij de buitenlandse afnemer dan wordt dit weer aan de inkomstenkant geboekt. Kwijtschelding van vorderingen leidt niet tot een mutatie op de Financiën (9b) begroting. De reden hiervoor is dat de kasuitgave reeds in een eerdere periode is gedaan (namelijk op het moment dat schade is uitgekeerd). Er is ook geen sprake van een kasstroom van de OS-begroting naar de Financiën begroting.

Toch heeft kwijtschelding wel een budgettair effect. De reden hiervoor is gelegen in de budgettaire afspraken over de omvang van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Deze afspraken zijn van kracht sinds de inwerkingtreding van de herijkingsbrief in 1997 en zijn onlangs herbevestigd in het hoofdlijnen akkoord van dit kabinet. In essentie luidt deze afspraak dat de Nederlandse ODA-inspanning 0.8% BNP zal bedragen en dat de DAC-criteria leidend zijn bij de vraag wat gerekend dient te worden als ODA.

Het gevolg van deze afspraak is dat naarmate er in een jaar meer wordt kwijtgescholden er minder ruimte is voor andere ODA uitgaven. Aangezien het kwijtschelden van vorderingen in dat jaar geen kasuitgave behelst levert is dit in dat jaar positief voor het EMU-tekort. Het is van belang om te benadrukken dat de uitgaven wel degelijk zijn gemaakt (namelijk op het moment van schade-uitkering). Op het moment van de uitgaven was alleen nog niet duidelijk dat ze konden worden aangemerkt als ODA.

Mocht u na lezing van deze brief nog verdere vragen hebben over de techniek van de exportkredietverzekering dan zijn mijn ambtenaren gaarne bereid - indien u daar prijs opstelt - om een technische informatie bijeenkomst te organiseren.

DE MINISTER VAN FINANCIËN

G. Zalm