De heer Van Bommel (SP): (...) Het afgelopen jaar is besloten
om te beginnen met de bouw van korvetten voor Indonesië. Deze order
past niet in een coherent Nederlands buitenlands beleid.
Ontwikkelingssamenwerking steunt onderwijsprojecten in Indonesië,
terwijl aan de andere kant grote bedragen worden verdiend met
wapenverkopen aan Jakarta. Terwijl een groot deel van de bevolking
honger lijdt, worden alleen de militairen beter van de wapendeals. Van
iedere order blijft een deel aan de strijkstok hangen. Dat is de
gangbare praktijk in Indonesië en daar moet Nederland niet aan
meewerken.
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik ben het eens met de heer Van
Bommel dat wij geen korvetten moeten leveren aan Indonesië, maar wel
vanuit het oogpunt van de EU-gedragscode. Ik begrijp echter dat de heer
Van Bommel wil beslissen waar arme landen hun geld aan moeten uitgeven.
De gedragscode is volgens hem niet zo
belangrijk.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Zijn [Minister Bot] optreden in de
VN-mensenrechtencommissie, zijn positie met betrekking tot het
wapenembargo tegen China, zijn verzet tegen de bemoeienis van het
Internationale Gerechtshof met het Palestijns-Israëlische conflict, de
korvetten voor Indonesië, zijn steun voor Buttiglione, allemaal
voorbeelden waaruit blijkt dat mensenrechten ondergeschikt worden
gemaakt aan andere belangen. De koopman in hem is beter ontwikkeld dan
de dominee.
29 800 V, Nr. 53, Vastgesteld 3 november 2004
| |
Regering en parlement |