Vragen van het lid Van Velzen (SP) 22 januari 2004

Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken, de Staatssecretarissen van Economische Zaken en van Defensie en de Minister van Financiën over de mogelijke bouw van korvetten voor Indonesië (ingezonden 22 januari 2004)

  1. Is het waar dat de Indonesische marine een contract heeft getekend met De Koninklijke Schelde voor de bouw van twee korvetten? Bent u bereid tot het moment dat de Kamer de notitie over de inzet van de Indonesische marine bij mensenrechtenschendingen in eigen land, besproken heeft, geen exportvergunning af te geven voor deze militaire leverantie? Zo neen, waarom niet?

    Antwoord:
    Ja, de Koninklijke Schelde heeft een contract getekend. De financiële afwikkeling is echter nog niet geheel rond.
    De Koninklijke Schelde heeft tot op heden nog geen exportvergunning aangevraagd. Wel is er door de Nederlandse overheid een positief antwoord gegeven op een proefaanvraag, een zogenoemde 'sondage.' In de brief van de Minister van Economische Zaken over het wapenexportbeleid (BEB/HIB 4005252), wordt de betekenis van een sondage uiteengezet en wordt nader op de opdracht voor De Schelde ingegaan.

  2. Is het waar dat De Koninklijke Schelde hoge ambtelijke ondersteuning vanuit het Ministerie van Defensie heeft ontvangen terwijl concurrenten deze steun niet ontvingen? Zo ja, kunt u aangeven waarom De Schelde in deze bevoorrechte positie zit?

    Antwoord:
    In de loop van het onderhandelingstraject met de Indonesische autoriteiten bleek medio augustus 2003 dat alleen De Koninklijke Schelde en een Koreaans bedrijf voor deze specifieke opdracht als kandidaten waren overgebleven. Omdat er toen geen andere Nederlandse kandidaten meer waren, is besloten om Koninklijke Schelde te ondersteunen bij zijn pogingen de order te verwerven.

  3. Bent u bereid over een eventuele exportvergunning van de korvetten de Kamer afzonderlijk te informeren? Indien neen, waarom niet?

    Antwoord:
    De Kamer wordt zoals gebruikelijk twee keer per jaar geïnformeerd met gegevens over álle afgegeven vergunningen voor definitieve uitvoer van militaire goederen, waaruit bovendien duidelijk per land van eindbestemming is op te maken voor welk type goederen uitvoervergunningen zijn afgegeven. De regering ziet geen aanleiding om daar nu van af te wijken en over te gaan tot rapportage over een individuele exportvergunning.

  4. Zal De Schelde werk voor de korvetten uitbesteden aan buitenlandse werven? Zo ja, welke werven? Om welke onderdelen van het werk gaat het in dat geval?

    Antwoord:
    De minister van Economische Zaken beschikt in dit stadium niet over gedetailleerde informatie met betrekking tot het bedrijfsbeleid van De Koninklijke Schelde inzake inrichting van het toekomstig productieproces. Derhalve kan nog niets gezegd worden over de eventuele inschakeling van buitenlandse partijen.

  5. Is het waar dat er een 5-jarige periode is geweest waarin de tot de IHC Caland-groep behorende werven op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken met Damen c.s. waren overeengekomen dat zij zich zouden onthouden van activiteiten op het gebied van marinebouw? Kunt u met het oog op de mededinging uitleggen waarom een dergelijke afspraak is gemaakt? Moeten dergelijke afspraken worden gemeld bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit en is dit gebeurd? Zo neen, waarom niet?

  6. Is het waar dat aan Merwede Shipyards is gemeld dat zonder hun medewerking aan deze afspraak de overname van De Koninklijke Schelde indertijd niet tot stand kon komen? Kunt u uitleggen waarom deze houding werd ingenomen en is hier niet sprake van een vermenging van de rol van de overheid en grootaandeelhouder?

    Antwoord:
    In de periode 1993 tot 1998 hebben er afspraken bestaan tussen Nederlandse werven. Na deze periode zijn de bestaande afspraken echter niet verlengd en zijn er geen nieuwe afspraken gemaakt. Er is dan ook niets bekend van vergelijkbare afspraken ten tijde van de overname van De Koninklijke Schelde, medio 2000.

  7. Herinnert u zich de uitspraak van minister Zalm in november 2003 dat er conform OESO-afspraken geen exportkredietverzekering voor non-productieve goederen zal worden afgegeven? Is de Nederlandse regering in het licht van dit beleid van de minister van Financiën voornemens een exportkredietverzekering voor de export van de korvetten aan Indonesië af te geven? Kunt u uw antwoord motiveren?

    Antwoord:
    Tijdens het verslag van het algemeen overleg van de vaste commissie voor buitenlandse zaken in november 2003 heeft Minister Zalm het exportkredietverzekeringsbeleid ten aanzien van unproductive expenditure en de armste landen met verwijzing naar de internationale regelgeving hieromtrent uiteengezet. Dit beleid is formeel alleen van toepassing op HIPC (1) landen. Wel worden transacties op IDA-only (2) landen op vrijwillige basis aan de OESO gerapporteerd. Indonesië is geen HIPC land, noch IDA-only land.
    In de OESO (3) is afgesproken dat er geen officieel gesteunde exportkredieten meer mogen worden verleend ten behoeve van onproductieve doeleinden in HIPC landen. Onproductieve uitgaven zijn die uitgaven die onder andere inbreuk maken op de door desbetreffende HIPC landen gevolgde strategieën inzake armoedebestrijding en houdbaarheid van de schuld. Ook op andere wijze dragen deze uitgaven niet bij aan de sociale of economische ontwikkeling van het land. In OESO verband is overigens ook overeengekomen dat het beleid betreffende unproductive expenditure een uitzondering maakt voor goederen die nodig zijn voor het bewaken van de nationale veiligheid of voor het tegengaan van drugshandel, smokkelen en piraterij.

  8. Bent u bereid de Kamer afzonderlijk te informeren over een eventuele exportkredietverzekering van de korvetten? Indien neen, waarom niet?

    Antwoord:
    Zodra de dekking van een afzonderlijke transactie is geëffectueerd, wordt dit op de web-site van Atradius (4) bekendgemaakt. Publicatie van gegevens vindt plaats één maand na afgifte van de polis. In het geval dat er voor de levering van korvetten aan Indonesië een exportkredietverzekeringspolis wordt afgegeven en indien de Kamer het op prijs stelt, ben ik bereid de Kamer te hierover informeren.
    Het transparantiebeleid betreffende de exportkredietverzekering is per brief d.d. 20 juni 2002 (EKI 2002-0314) aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. In deze brief wordt aangegeven dat de Staat een zo groot mogelijke openheid nastreeft over exporttransacties die door de Staat worden herverzekerd. Wel moeten hierbij de gerechtvaardigde belangen van het bedrijfsleven gewaarborgd blijven. Per individuele transactie worden standaard een aantal gegevens (één maand na afgifte van de polis) gepubliceerd: land, naam van de exporteur, investeerder of financier, naam van de afnemer, naam van eventuele garant, omschrijving van de transactie, investering, maximum schadevergoeding of investeringsbedrag, uitkomst milieutoets en eventuele hulpfinanciering.

  9. Kunt u deze vragen vóór het Algemeen Overleg over Indonesië van 11 februari beantwoorden?
    Antwoord:
    Ja.

  1. De lijst met Heavily Indebted Poor Countries van de Wereld Bank.
  2. International Development Association (het zachte financieringsloket van de Wereld Bank).
  3. OECD Export Credit Group Discourages Official Support for Unproductive Expenditure in Heavily Indebted Poor Countries: A Statement of Principles. Paris, 19 july 2001, PAC/COM/NEWS(2001)69.
  4. www.atradius.com/nl/dutchstatebusiness/overheid/afgegevenpolissen

Geen wapens naar Indonesië Regering en parlement