PERSBERICHT
Amsterdam/Groningen/Utrecht, 24 september 2004
Aanstaande maandag komt de Pakistaanse president Pervez Musharraf op
bezoek bij koningin Beatrix, vice-premier Zalm en minister van
Buitenlandse Zaken Bot. Recent maakte president Musharraf bekend dat
Pakistan zijn kernwapenarsenaal verder zal opwaarderen. Deze
bekendmaking is verontrustend en maakt een serieuze vredesdialoog met
India erg ongeloofwaardig.
Greenpeace Nederland, Campagne tegen Wapenhandel, het Project over
Europese Nucleaire Non-proliferatie (PENN-Nl), World Information
Service on Energy (WISE) en het Documentatie en Onderzoekscentrum
Kernenergie (Laka) vragen in een brief aan de betreffende bewindslieden
er bij president Musharraf op aan te dringen om samen met India te
werken aan nucleaire ontwapening en het Nederlandse beleid ten opzichte
van Pakistan te wijzigen wanneer Pakistan niet serieus werkt aan
nucleaire ontwapening.
Vorig jaar heeft Nederland het wapenembargo tegen Pakistan opgeheven.
De vijf maatschappelijk organisaties zijn van mening dat dit niet past
in het Nederlandse non-proliferatiebeleid. Binnen het door Nederland
ondertekende Non-proliferatie Verdrag beloven de kernwapenstaten te
ontwapenen en anderen geen kernwapens te ontwikkelen. Pakistan is geen
NPV-lid, en heeft mede op basis van Nederlandse kennis kernwapens
ontwikkeld. Export van militaire en dual-use goederen naar dit land
versterken de wapenwedloop en positie van Pakistan als nucleaire macht.
'Vriendschappelijke' banden met Pakistan zijn volgens de vijf
organisaties onverantwoord zolang het land zijn kernwapenarsenaal niet
ontmantelt. Zij verzoeken daarom met klem het wapenexportbeleid ten
aanzien van zowel Pakistan als India te herzien en geen
exportvergunningen voor strategische goederen te verstrekken.
De organisaties verbazen zich dat de Pakistaanse regering genoegen
neemt met een publieke schuldbekentenis van A.Q. Khan, terwijl hij
verantwoordelijk was voor het verspreiden van nucleaire kennis en
materiaal naar Iran en Libië en waarschijnlijk ook Noord-Korea. Veel
specialisten op dit gebied vinden het moeilijk te geloven dat Khan
volledig buiten medeweten van topregeringsfunctionarissen om zou hebben
gehandeld.
In twee recente brieven aan de Tweede Kamer schrijft de minister van
Buitenlandse Zaken dat er geen nieuwe feiten zijn te melden met
betrekking tot de Zaak Khan. De afgelopen maanden zijn echter veel
nieuwe feiten over Khan en de proliferatie van nucleaire technologie
bekend geworden. Daarom vinden de organisaties het eerdere standpunt
van de Nederlandse regering onhoudbaar. Pas nu zijn de vergaande
consequenties van de verspreiding van de indertijd door Dr. Khan uit
Nederland meegenomen kennis van ultracentrifuge-technologie, alsook het
netwerk van toeleveranciers daarvoor, duidelijk geworden. Zie
bijvoorbeeld het thans lopende proces tegen Khan's oude studievriend
Henk S. De organisaties zijn va
Gezien de tot nog toe gematigde Nederlandse benadering van de regering
van Pakistan vinden ondergetekende organisaties het belangrijk de
regering op deze problematiek te wijzen en met klem aan te dringen op
een meer kritische houding ten opzichte van deze kernwapenstaat.
Campagne tegen Wapenhandel, Frank Slijper
Greenpeace Nederland, Liesbeth van Tongeren
Laka, Henk van der Keur
PENN-NL, Karel Koster
WISE, Peer de Rijk
Noten voor de pers:
| |
Khan overzicht |