NRC, 3 mei
2004
Door onze redacteuren Jaco Alberts en Karel Knip
AMSTERDAM, 3 MEI. Justitie gaat Henk S., de Nederlandse studievriend en
handelspartner van de Pakistaanse atoomspion Abdul Qadeer Khan,
vervolgen voor de levering van diverse strategische goederen aan
Pakistan. Het gaat om goederen die gebruikt kunnen worden voor het
fabriceren van chemische of nucleaire wapens. Dat is vanochtend door
het openbaar ministerie in Haarlem bevestigd. Behalve Henk S. worden
ook twee van zijn bedrijven en zijn medewerker Zoran F. vervolgd.
Volgende week zal de metaaldeskundige uit het Noord-Hollandse Sint
Pancras moeten voorkomen. In december 2002 en vorige maand werden bij
zijn bedrijven huiszoekingen gedaan. Begin februari noemden Pakistaanse
regeringsfuctionarissen Henk S., verhaspeld als 'Hanks', als
tussenpersoon in een netwerk van de inmiddels in ongenade gevallen
Khan. Die had toegegeven nucleaire technologie te hebben doorgeleverd
aan landen als Libië, Noord-Korea en Iran. De Nederlandse justitie
verdenkt Henk S. er nu van in 1999 zonder vergunning zes speciale
drukmeters van het merk Baratron te hebben uitgevoerd. Naar verluidt
zijn die drukmeters geleverd aan een Pakistaans bedrijf dat is gelieerd
aan Khan Research Laboratories. Die drukmeters kunnen worden gebruikt
voor de brandstoftanks van Pakistaanse raketten en staan volgens
justitie op een internationale lijst met strategische goederen die niet
mogen worden geëxporteerd. In 1985 werd Henk S. al een keer veroordeeld
voor verboden handel met Pakistan. Ook wordt Henk S. er nu van verdacht
in 2002 diverse lagers aan Pakistan te hebben geleverd, zowel
kogellagers als een magneetlager. Deze lagers komen voor op de lijst
met zogenoemde dual-use-goederen, die zowel een civiele als militaire
toepassing kennen.
In de telastlegging zegt justitie dat dit soort goederen onder meer
gebruikt kunnen worden voor atoomwapens, of voor raketten die
dergelijke wapens vervoeren. Henk S. had volgens justitie ook zonder
vergunning 20 kilogram tri-ethanolamine (zie link voor andere leveringen, Campagne tegen
Wapenhandel) uitgevoerd. Tri-ethanolamine kan worden gebruikt
als grondstof voor het gifgas mosterdgas. Justitie kan niet zeggen waar
de partij terecht is gekomen. Omdat Pakistan het internationale verdrag
tegen chemische wapens heeft ondertekend, mocht de partij aan dat land
worden geleverd. Maar landen als Irak, Israël, Egypte, Syrië en Libië
golden in 2002 wel als verboden bestemmingen. Tenslotte vervolgt
justitie Henk S. om de export in 2002 van duizenden O-ringen (kunststof
ringetjes). Die komen niet voor op lijsten van verboden goederen, maar
worden toch als gevoelig aangemerkt. Een dergelijke catch all-bepaling
was in dit geval opgelegd omdat de ringen voor Pakistan bestemd waren.
Over het onderzoek van de inlichtingendienst AIVD heeft gedaan naar de
Nederlandse rol in de doorleveranties van Pakistaanse nucleaire
technologie is nog niets bekend.
De AIVD verwijst door naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, en
dat ministerie verwijst weer door naar het Internationale
Atoomagentschap IAEA in wiens opdracht het onderzoek is uitgevoerd. De
Tweede Kamer lijkt hiermee echter geen genoegen te nemen. In de jaren
zeventig stal Khan geheimen bij Ultra Centrifuge Nederland in Almelo,
onderdeel van Urenco.
Mede op basis van die kennis ontwikkelde hij in Pakistan een eigen
atoombom. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) schreef begin april aan de
Tweede Kamer: ,,Wel versterkt de vondst in Iran en Libië van
centrifuges van het oude Urenco-ontwerp het [...] ernstige vermoeden
dat A.Q. Khan de blauwdrukken hiervan heeft ontvreemd.'' Volgens Bot
zijn er overigens geen aanwijzingen dat ook Noord-Korea over deze
ultracentrifuge-techniek beschikt.
| |
Khan overzicht |