Persbericht Algemene Rekenkamer, 11 oktober 2006

JSFbuttonOverzichtspagina JSF


Monitoring verwerving Joint Strike Fighter

Stand van zaken financiële risico's rond JSF

Nederland loopt financiële risico's met deelname aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter. Het is niet mogelijk om de kostprijs per toestel te berekenen. Sinds 1996 zijn de ontwikkelkosten met ruim 80% gestegen. Nu ontbreekt het inzicht in de verdere kostenontwikkeling nog steeds, omdat 65 % van de testfase nog moet worden uitgevoerd. In 1999 berekende het Ministerie van Defensie dat het project minimaal 10 miljard gulden (ruim 4,5 miljard euro) zou kosten bij afname van 114 toestellen. De laatste berekeningen, gebaseerd op 85 toestellen gedurende 30 jaar, zijn 14,6 miljard euro. Maar dit zou ook hoger kunnen uitvallen. Dit blijkt uit een monitoringsrapport dat de Algemene Rekenkamer vandaag naar de Tweede Kamer stuurde.

Overigens doet de Algemene Rekenkamer geen uitspraak over `wel of niet doorgaan met de JSF'. Dat hoort de Algemene Rekenkamer ook niet te doen; het is aan de politiek om hierover te besluiten.

Feiten en cijfers

In juni 2002 keurde de Tweede Kamer de participatie van Nederland aan de ontwikkelingsfase van de JSF (tot 2013) goed. Hieraan zal ons land 800 miljoen dollar kwijt zijn in de verwachting dat deelname aan het ontwikkeltraject bij ons tot opdrachten zal leiden. Nederland moet voor de eerste drie testtoestellen ongeveer 317 miljoen euro betalen.

Eind 2006 zullen de JSF-landen (Australië, Canada, Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen, Turkije, de VS en het Verenigd Koninkrijk) het contract voor de productiefase - Memorandum of Understanding - tekenen. Een partnerland kan op elk moment deelname aan het project stopzetten. Als Nederland eruit zou stappen zou dat ons land circa 1 miljard (deels al betaalde) euro kosten, plus de in de opzegperiode van drie maanden nog te betalen bijdrage. De hoogte van dit bedrag is onduidelijk.

De Nederlandse regering verwacht 10 miljard dollar aan orders voor de Nederlandse luchtvaartindustrie. De orderportefeuille voor de ontwikkelingsfase staat nu op circa 310 miljoen dollar (geraamd was 800 miljoen). Er wordt niet verwacht dat hier voor deze fase nog veel orders zullen bijkomen.

In 1996 heeft de Nederlandse regering besloten tot vervanging van het militaire jachtvliegtuig de F-16 met de participatie in het JSF-ontwikkelingsprogramma. De regering ziet de JSF als `het beste toestel voor de beste prijs'.

De rekenkamers van de JSF-landen werken samen om de controlerechten te regelen zodat transparantie aan de belastingbetalers en parlementen kan worden gegeven over dit miljardenproject. In 2005 en in september 2006 zijn hiervoor internationale conferenties geweest bij de Algemene Rekenkamer in Den Haag. De controlerechten van de verschillende rekenkamers zijn nu voor de productiefase beter vastgelegd. De controleurs van de JSF-partnerlanden zullen gegevens gaan uitwisselen. De partnerlanden, waaronder ook Nederland, zijn voor het verkrijgen van prijsinformatie afhankelijk van de Amerikaanse overheid. Uit de ervaringen met de F-16 is gebleken dat deze informatie niet wordt gegeven. Het is daardoor niet mogelijk inzicht in de kostprijs te krijgen. Dan zal het niet mogelijk zijn om te bepalen of Nederland het toestel voor de `beste prijs' koopt.

Onduidelijkheden veroorzaken risico's

De auditdiensten van de ministeries van Defensie en van Economische Zaken hebben in 2005 de Tweede Kamer erop gewezen dat er veel onduidelijk is rond de verschillende fasen van dit grote project. Ze adviseerden bij de informatie een duidelijker onderscheid te maken tussen het ontwikkeltraject en het verwervingstraject. De Tweede Kamer heeft hier geen nader besluit over genomen. De Amerikaanse rekenkamer concludeerde vorig jaar dat het gehele JSF-programma opnieuw bezien zou moeten worden. Ze adviseerde het Amerikaanse parlement om goedkeuring en toewijzing van geld uit te stellen tot meer bekend is en er testvluchten zijn uitgevoerd.

Ook in Nederland kan de informatievoorziening aan de Tweede Kamer beter. De Tweede Kamer dient zelf aan te geven welke wensen ze op dit punt heeft. In 2002 was al bekend dat er tijdens de productiefase mogelijk ook nog ontwikkelingskosten moeten worden betaald. De afbakening van de verschillende fasen is nog steeds niet duidelijk en kan leiden tot oplopende kosten.

Ook merkt de Algemene Rekenkamer op dat er momenteel nog geen zicht is op de omvang van de afdrachten aan de overheid van Nederlandse bedrijven die geld gaan verdienen aan productie-orders. De Algemene Rekenkamer wijst de Tweede Kamer op risico's voor de kostenbeheersing van het project.
JSFbuttonJSF artikelen Campagne tegen Wapenhandel
JSFbuttonJSF kamer- en regeringsstukken
JSFbuttonJSF artikelen (internationale, militaire) pers
JSFbuttonLinks