Een dezer dagen
wordt duidelijk of het
grootste
defensiebedrijf van Europa, BAe (voorheen British Aerospace) vervolgd
wordt
voor omkoping in Tanzania, Tsjechië, Roemenie en Zuid-Afrika. Al eerder
werd
een poging gedaan om BAe voor de rechter te krijgen. Toen ging het om
Saoedische prinsen die grote sommen geld zouden hebben ontvangen in
ruil voor
bemiddeling bij een mega-defensie-order. Toni Blair persoonlijk greep
in en
verbood verder onderzoek, omdat de Britse nationale veiligheid in het
geding
zou zijn. Het Saoedisch vorstenhuis had laten weten dat bij vervolging
de
Britten niet meer hoefden te rekenen op veiligheidsdienstinformatie
over
mogelijke terroristische aanslagen. De Britse minister van Buitenlandse
Zaken
sprak dramatisch over ‘bloed in de straten van Londen’ als justitie
door zou
gaan met de rechtzaak. Zo werden BAe en de Saoedische prinsen boven de
wet
geplaatst.
Meneer Feinstein,
als er zoveel corruptie is in de
wapenindustrie, waarom komt daarvan dan zo weinig aan het licht? En hoe
komt
het dat over de corruptiezaak in Zuid-Afrika wel relatief veel bekend
is
geworden?
Dat over de corruptie in Zuid-Afrika zoveel bekend is
geworden, komt door een combinatie van twee factoren. Na de apartheid
ontstond
onder Mandela een heel open democratie en een heel actieve en
onderzoeksgerichte media . Toen de eerste informatie over corruptie ons
als parlementariërs
bereikte hebben we dat meteen naar buiten gebracht. En de media heeft
er voor
gezorgd dat de zaak in de publieke aandacht bleef door hun eigen
onderzoeksbronnen aan te boren. Het was een uniek moment in de
geschiedenis, dat
helaas mede door deze corruptiezaak na vier jaar voorbij was. Het
parlementaire
onderzoekscomité werd feitelijk door deze zaak vernietigd, en is nu
alleen nog
maar een stempelfabriek voor ANC-beleid. Controversiële kwesties
bereiken het
parlement nu vaak niet eens meer.
Waarom er niet meer informatie over
defensiecorruptie aan
het licht komt? Waarschijnlijk omdat het zo grootschalig is en de
bedragen die
ermee gemoeid zijn zo enorm zijn. Omkoping in de defensiesector is ook
heel
makkelijk, omdat de omvang van defensiecontracten enorm is terwijl maar
een
handjevol mensen bij de beslissing betrokken zijn. Maar de
belangrijkste reden
is dat alles word verstopt achter het rookgordijn van nationale
veiligheid.
Vooral in Groot-Brittannië wordt nationale veiligheid gebruikt om
onderzoek
tegen te houden, en zelfs om rechtszaken tegen te houden als
campagnegroepen
erin slagen iemand aan te klagen.
Het verhaal van
de corruptiezaak in Zuid-Afrika is in
feite heel tragisch. Iedereen begon zo hoopvol na de Apartheid. Wie is
er
volgens u schuldig? De wapenindustrie die speelde op de hebzucht van de
politici? Of de politici die na de zware Apartheidsjaren nu een kans
zagen om
te profiteren?
Ze zijn beiden schuldig. De Zuid-Afrikaanse
defensieminister in het eerste ANC-parlement, Joe Modise, voormalig
hoofd van
de gewapende vleugel van het ANC Umkhonto we Sizwe, stond al tijdens de
Apartheid bekend als corrupt. Tijdens de ANC ballingschap stuurde hij
guerrilla’s
naar Zuid-Afrika om met gevaar voor eigen leven dure kleren voor hem te
kopen
in Johannesburg. De wapenindustrie intussen, met name de Europese
wapenindustrie, legde al begin jaren '90 contact met mensen die zij als
sleutelfiguren in een toekomstig vrij Zuid-Afrika beschouwden. Toen ik
als
facilitator betrokken was bij de onderhandelingen voor de eerste vrije
verkiezingen gingen daar geruchten over mensen van Franse, Duitse en
Britse
wapenbedrijven die op bezoek gingen bij Joe Modise, bij Tabo Mbeki, om
met hen
over onze toekomstige defensiebehoeften te praten. Er bestaat geen
twijfel over
dat de wapenindustrie 'jaagt' op jonge democratieën. Men zoekt
voortdurend
nieuwe markten en Zuid-Afrika was veelbelovend. Omdat er zo lang een
wapenembargo tegen ons had bestaan veronderstelden ze dat we bereid
zouden zijn
om flink te investeren. En ze veronderstelden ook, terecht zoals bleek,
dat we
heel naïef waren over de werkwijze van internationale
defensiebedrijven. Daar
kwam nog bij dat toen Mbeki het presidentschap van zowel ANC als
Zuid-Afrika
van Mandela overnam, de aard van onze democratie veranderde. Het werd
allemaal
erg gesloten, niemand behalve een kleine groep werd nog vertrouwd,
informatie
kwam nauwelijks meer naar buiten. Die houding kwam voort uit de
ballingschap en
het ondergrondse ANC en was toen heel logisch, immers, ANC-leden werden
niet
alleen in Zuidelijk Afrika vermoord maar ook in Parijs. Maar het werd
meegenomen naar de nieuwe democratische regering, en creëerde een
situatie
waarin omkoping kon plaatsvinden.
Acht je het mogelijk dat het
defensiebedrijf BAe
veroordeeld gaat worden in de zaken die nu worden onderzocht?
De Britse regering beschermt BAe. De samenwerkingsrelatie
is zo hecht dat belangrijke BAe medewerkers pasjes hebben voor het
ministerie
van defensie en voor defensie-installaties alsof het medewerkers van
het
ministerie zijn. En er is een constante personeelsuitwisseling,
defensiemensen
die bij de industrie gaan werken en industriemensen die bij het
ministerie gaan
werken. Een Staatssecretaris van Defensie onder Thatcher stapte vanuit
de regering
direct over naar het bestuur van BAe. Binnen enkele dagen nadat Labour
in 1997
aan de macht kwam, besloot de nieuwe Staatssecretaris voor Handel om
een
omstreden exportvergunning voor wapens voor Indonesië te verlengen.
Deze man
was enkele dagen voor de verkiezingen afgetreden als bestuurslid van
BAe. De
relaties zijn ongelofelijk hecht, dus zodra BAe in de problemen komt
zal de
regering hen beschermen. En als je zulke sterke bescherming geniet
ontstaat er
een sfeer van "we kunnen alles maken". Intussen proberen ze het
publiek ervan te overtuigen dat ze hun beleid veranderen, dat ze
wereldleider
op ethische bedrijfsvoering willen worden. Dat is een façade, ze doen
nog
steeds zaken zoals ze dat in Zuid-Afrika hebben gedaan, waar ze
voorzover wij
weten 160 miljoen Pond aan steekpenningen hebben uitbetaald.
Op een gegeven moment werden er in Groot-Brittannië ethische richtlijnen voor de wapenindustrie gepresenteerd. Commentators zeiden dat als BAe die ging volgen, ze meteen failliet zouden gaan. Wat is jou mening over die ethische richtlijnen?
Door alle schandalen kwam er een grote publieke druk op BAe. Het bedrijf heeft toen Lord Woolf ingehuurd, de hoogste Britse jurist - hij zou hoofd zijn van de Hoge Raad, als we die zouden hebben - voor 6000 Pond per dag, om een commissie voor te zitten voor ethische richtlijnen in de wapenindustrie. Op voorwaarde dat hij niet naar het verleden van BAe zou kijken, niet naar alle misstappen die ze hadden begaan. Dat was volstrekt absurd, want hoe kan je aanbevelingen doen voor verbetering van de bedrijfsvoering als je niet weet hoe de bedrijfsvoering tot dan toe plaatsvond? Ik sprak met hem ten tijde van zijn onderzoek en zei dat ik het volstrekte tijdverspilling vond, zolang BAe geen schoon schip met het verleden wilde maken. En hij zei: "Maar je moet je realiseren dat dit voor hun ernstige juridische consequenties zou kunnen hebben." Maar dat is toch ook precies het punt! Als je de wet hebt overtreden moet je de gevolgen dragen. Maar zo zag Lord Woolf dat niet.
Aan
de ene kant niet, gelukkig. We zijn niet zo'n erg
militaristisch land en we willen ons vooral bezighouden met
vredesoperaties op
ons continent. Maar daar hebben we helaas de verkeerde wapens voor.
Neem
bijvoorbeeld de 24 Britse gevechtsvliegtuigen die zijn aangeschaft. Je
moet je
realiseren dat onze luchtmacht had gezegd dat ze die toestellen alleen
zouden
nemen als ze er door de politici toe gedwongen zouden worden. Want ze
voldeden
niet aan de technische eisen die de luchtmacht stelde en waren
bovendien twee
keer zo duur als de Italiaanse toestellen die de luchtmacht wel wilde
hebben.
Ze stonden niet op het verlanglijstje, maar we hebben ze toch gekocht.
En van
de 24 toestellen die zijn aangeschaft zijn er nu nog maar zes
operationeel, en
deze maken minder dan 100 vlieguren per jaar.
Omdat voor het afsluiten van het contract voor deze toestellen, het
duurste contract dat ooit door Zuid-Afrika is aangegaan,
defensieminister
Modise bepaalde dat de prijs niet als selectiecriterium werd
meegewogen.
In 2007 verscheen het hoofd van de Zuid-Afrikaanse luchtmacht voor het parlement en vertelde dat de luchtmacht dringend behoefte had aan transportvliegtuigen voor vredesoperaties en rampenhulpverlening. Maar er is geen geld om deze aan te schaffen, omdat de luchtmacht nog tot 2018 moest afbetalen aan de 24 gevechtsvliegtuigen die ze niet wilden.
Heeft Zuid-Afrika niet geprobeerd deze toestellen te verkopen? In Nederland hebben we enige jaren geleden pantservoertuigen aangeschaft die we niet nodig hadden, die staan nu tweedehands in de aanbieding.Er zijn wat pogingen gedaan om ze te verkopen,
maar het
probleem is dat ze in slechte staat zijn. We hebben geen geld voor
reservedelen
en regulier onderhoud. We kunnen er ook niet mee vliegen, daar hebben
we ook
het geld niet voor. Bovendien wil de regering ze niet al te opzichtig
te koop
aanbieden, want dat zou een erkenning zijn voor feit dat het een
miskoop was,
en daarmee zou de regering zichzelf belachelijk maken. Je moet je ook
realiseren dat ten tijde van deze aankoop vijfenhalf miljoen
Zuid-Afrikanen met
het HIV virus besmet waren. Mbeki verklaarde toentertijd dat
Zuid-Afrika niet
genoeg geld had om virusremmende medicijnen te verstrekken via de
reguliere
gezondheidszorg. Terwijl hij vijf miljard dollar uitgaf aan wapens die
we niet
nodig hebben. Als direct gevolg daarvan zijn 320.000 Zuid-Afrikanen
gestorven
aan Aids, omdat ze te arm waren om medicijnen te kopen. Dus in plaats
van het
redden van 320.000 Zuid-Afrikaanse levens hebben we gevechtsvliegtuigen
gekocht. Dat is de realiteit, en daar komen ze mee weg. In deze zaak
komen ze
weg met moord.
Behalve de Chileense zaak en natuurlijk de aloude Lockheed-affaire rond Prins Bernhard is over corruptie in de Nederlandse defensie-industrie weinig bekend. Wel is bekend dat Nederland hele dure defensiesystemen levert aan niet al te rijke en niet al te democratisch geregeerde landen als Indonesië en Marokko.
De verwevenheid tussen defensie en militaire industrie is wel duidelijk. Zo werd voormalig Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn vrijwel direct na zijn pensionering bij defensie commissaris bij Thales, een van de grootste defensiebedrijven van de wereld. In antwoord op Kamervragen van de SP zei Staatssecretaris van Defensie De Vries dat Berlijn vrij was in de keuze van zijn werk, maar conform interne richtlijnen in zijn nieuwe functie twee jaar lang niet als formele gesprekspartner door Defensie geaccepteerd zou worden. Een regel die overigens wel voor ambtenaren, maar niet voor ex-bewindslieden geldt. Ex-vice-admiraal Jan Willem Kelder werd lid van de Raad van Bestuur van TNO, een grote speler in defensie-onderzoek. En de gepensioneerde bevelhebber der luchtstrijdkrachten Luitenant-generaal D. Starink is in 2009 voorzitter van de Netherlands Aerospace Group (NAG). Henk van Hoof, ex-staatssecretaris van Defensie (1998-2002), was korte tijd lobbyist op het JSF-project, totdat hij staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd. Admiraal Klaver tenslotte, die als bevelhebber van de marine een brief aan zijn Indonesische collega's schreef om korvetten van De Schelde aan te prijzen, nam na zijn pensionering plaats in de Raad van Commissarissen van Thales. Dit bedrijf pikte een flinke graan mee van de order voor De Schelde, door het leveren van radar-, communicatie- en commandoapparatuur.
Ook
in de lobby-organisatie van de Nederlandse defensie-industrie, de NIDV,
komen
we veel mensen uit politiek en defensie tegen. Bestuursvoorzitter van
de NIDV
is oud-staatssecretaris van Defensie Jan Gmelich Meijling. Hij werkt
tevens als
lobbyist voor ondermeer Thales Nederland en de Israëlische
wapenproducent
Rafael. Directeur van het NIDV-bureau is Cent van Vliet. Hij was eerder
ondermeer directeur van de Defensie Pijpleiding Organisatie,
woordvoerder van
de staatssecretaris van Defensie, lid van de Permanente
Vertegenwoordiging van
Nederland bij de NAVO en verantwoordelijke voor grote
materieelprojecten bij
het Ministerie van Defensie. Ernst van Hoek, adviseur buitenland binnen
het
NIDV-supportteam, was werkzaam bij Defensie (directeur R&D) en bij
de NAVO.
Oud-LPF-leider Mat Herben tenslotte, voor zijn politieke loopbaan
ondermeer
werkzaam als voorlichter bij Defensie, is Senior Adviseur nationale
veiligheid
en eindredacteur van het NIDV-magazine.
Wendela de Vries okt 2009