HSA en de Indonesische president

Martin Broek

In mei 1999 werd bekend dat HSA (Holland Signaal Apparaten) in de maand ervoor - na druk van de president - toestemming werd verstrekt om voor 81 miljoen gulden wapensystemen aan Indonesië te leveren. Deze levering heeft een lange voorgeschiedenis.

De huidige president van Indonesië Habibie is tevens de wapenbaron van het eilandenrijk. In de jaren zeventig werd hij door de toenmalige president Soeharto teruggehaald uit Duitsland om in Indonesië een hoogwaardige defensie-, scheepsbouw- en vliegtuig- industrie op te bouwen. Op marinegebied is het belangrijkste project de bouw van patrouilleschepen bij de werf PT Pal in Surabaya.
Pal bouwt op basis van Duitse kennis al weer enige jaren zogenaamde snelle aanvalsschepen. Het belangrijkste deel van de schepen, de wapens en commandosystemen komen echter grotendeels uit het Westen (m.n. Zweden en Nederland). Eind 1994 tekenden HSA en Pal een contract voor de verkoop van vuurleidingssystemen, optische technologie en commandocentrales.
De levering werd belangrijk nieuws toen Minister Pronk zich eind 1995 tegen de levering uitsprak. De Minister van Ontwikkelingssamenwerking zei dat het Indonesische leger niet in staat moest worden gesteld nog meer te doen wat niet mag. Er waren aanwijzingen dat de levering door ging, maar een exportvergunning was niet verstrekt.
In 1996 zei Minister van Mierlo tegen zijn Indonesische collega Alatas dat hij niet verwachte dat de levering op bezwaren zou stuiten, tenzij er belangrijke veranderingen zouden optreden. Daarna verklaarde hij op vragen van SP en GroenLinks dat de inzet van de Indonesische marine om binnenlandse opstanden te onderukken geen argument was om van de levering af te zien, omdat dit al jarenlang de taak van het Indonesische leger was en daarom niet nieuw en 'geen belemmering voor een potentiele levering.' De berichten rond de order die opdoken waren volledig in lijn met deze botte visie.
Vooral in 1997 kwam nogal wat naar buiten waaruit bleek dat het project gewoon doorgang vond: allereerst meldde een directeur van HSA's moederbedrijf Thomson dat Signaal het project aan het uitvoeren was; de Zweedse kanonnen (die door de HSA producten aangestuurd moeten worden) werden geleverd; en in september 1997 staat op de webpage van PT Len dat ze bezig zijn met het opzetten van hardware en software produktie voor vuurleidingssystemen, een onderdeel van het contract.
In 1998 gaat Jane's Fighting Ships er van uit dat de patrouilleschepen zijn uitgerust met een speciaal voor de Indonesische marine bedoelde versie van LIOD (vuurleidingssysteem).
Door gezamenlijk onderzoek van AMOK en Argos kwam aan het licht dat in de periode 1995-1998 een aantal exportvergunningen voor HSA leveranties aan Indonesië zijn verstrekt. Het lijkt erop dat de order in kleine mootjes is gehakt en in 1999 uiteindelijk toestemming is verleend voor de grote systemen. Voor dit deel vraagt HSA, rijkelijk laat, in april 1998 een exportvergunning aan. In november van dat jaar wordt deze geweigerd op een aantal gronden: de aanschaf van dure wapensystemen door een land dat juist is getroffen door een economische crisis heeft geen pas en de levering zou een verkeerd signaal zijn aan de strijdkrachten van Indonesië. Het zou uiteindelijk de druk van Habibie en PT Pal zijn die Buitenlandse zaken op de knieen dwong en een vroegtijdig positief advies van Buitenlandse Zaken afdwongen. Bovendien dreigde HSA de kosten van 122 miljoen gulden op de overheid te verhalen. Dit laatste roept op zijn minst vragen op. HSA en Pal hadden alles rond de order al geregeld, inclusief financiering, voordat de Nederlandse overheid een exportvergunning had gegeven. Het bedrijf uit Hengelo zou echter moeten weten dat het altijd mogelijk is dat op grond van de Nederlandse richtlijnen wapenexporten een order verboden kan worden. Dat dit nauwelijks gebeurd is in het voordeel van Hollands grootste wapengrutter, meestal zit het mee maar soms zit het tegen. Formeel is met zo'n weigering niets mis en is het bedrijf zelf een beetje te voortvarend aan het verkopen geslagen. Het argument van de schadeclaim lijkt dan ook uit de lucht gegrepen, tenminste als er geen onderhandse afspraken zijn gemaakt. Inmiddels waren in April 1999 de bezwaren van tafel verdwenen, omdat Indonesie onder Habibie een sterke democratische ontwikkeling kent en er zijn positieve ontwikkelingen m.b.t. Oost-Timor en het op order brengen van de economisch situatie.
Kamerleden Koenders (PvdA) en Hoekema (D'66) merkten op dat het nog veel te instabiel is in Indonesië. Alleen al de rol die fracties van Indonesische leger achter de schermen speelt op Oost-Timor geven hen daarin gelijk. Bovendien is Indonesië de economische crisis nog lang niet te boven. Dat deze snelle aanvalsschepen ingezet kunnen worden voor repressieve taken heeft ook de huidige Nederlandse regering niet in overweging genomen.

Bronnen: Wapenhandel met Indonesie, (Rode Emma, Amsterdam 1997) en Antwoord op kamervragen door min. van Bu.Za., 22 juni 1999.