uit: VD AMOK, 1999 nr.3
Frank Slijper
Ruim een jaar na de kernproeven is er weinig aanleiding voor een
positief geluid over de Zuidaziatische regio. Het oplaaien van het
conflict in Kashmir in mei dit jaar betekent de ernstigste crisis in de
relatie tussen India en Pakistan sinds 1971, het jaar dat de twee
landen voor het laatst met elkaar in oorlog waren. De vertroebelde
verhouding heeft nu een bijzonder dodelijke lading gekregen. De
dreiging van een kernoorlog in Zuid-Azië is niet langer een waanidee,
maar een reële mogelijkheid.
Aanleiding voor de escalatie was de ontdekking door Indiase herders dat
een grote groep 'infiltranten' (Kashmiri separatisten, Afghaanse
mujaheddin dan wel Pakistaanse soldaten) de bestandslijn, die Kashmir
in een Indiaas en Pakistaans deel splitst, waren overgestoken. In dit
gebied rond de plaatsen Kargil en Dras was het de afgelopen jaren al
vaker onrustig. In 1997 werd aan beide kanten veel schade aangericht
met zware artilleriebeschietingen over en weer door het Pakistaanse en
het Indiase leger. Nieuw is dit jaar het grote aantal 'infiltranten'
dat de bestandslijn overstak. Pakistan heeft ontkend betrokken te zijn
bij de infiltraties, maar heeft 'politieke en morele steun aan de
Kashmiri vrijheidsstrijd' nooit onder stoelen of banken gestoken.
Daarnaast zijn er aanwijzigingen dat er wel degelijk sprake is van een
door het Pakistaanse leger gecoördineerde operatie. De infiltranten
blijken in elk geval goed gewapend te zijn tegen zowel de elementen op
deze grote hoogten als het Indiase leger. Een eerste Indiase
verkenningseenheid loopt in de armen van infiltranten en wordt
vermoord. Al snel blijken enkele strategische bergtoppen ingenomen te
zijn, vanwaar de belangrijkste autoweg in het noorden van Indiaas
Kashmir onder vuur wordt genomen. Enkele tienduizenden bewoners van
dorpen en gehuchten aan weerszijden van de bestandslijn moeten,
dikwijls onder dwang van het leger, hun huizen verlaten. India
antwoordt met de inzet van gevechtsvliegtuigen en -helikopters, waarvan
er binnen enkele dagen drie uit de lucht verdwijnen. Ondanks deze
tegenslagen weet India langzaam maar zeker de bergtoppen te heroveren
en de invasie terug te dringen. Met het vroege invallen van de winter,
eind augustus, lijkt het 'Kargil-conflict' grotendeels gesust. De
omstreden status van Kashmir en de nucleaire dreiging blijven echter
bestaan.
De prijs van deze militaire escapade is in minstens twee opzichten
aanzienlijk. Militaire analysten schatten de kosten van het
Kargil-conflict voor India op anderhalf tot drie miljard gulden. Vooral
India is naarstig op zoek naar nieuw wapentuig. Zuid-Afrika zal
binnenkort voor honderd miljoen gulden de geslonken voorraad
artilleriegranaten aanvullen. De contracten liggen klaar voor nog eens
80.000 granaten van Israëlische en Russische makelij.
Verontrustender nog is de nucleaire taal die door beide landen wordt
gesproken. De Pakistaanse minister van buitenlandse zaken, heeft gezegd
dat India er niet aan hoefde te twijfelen dat Pakistan al zijn krachten
in de strijd zou gooien, mocht India hen daartoe uitdagen. De Indiase
admiraal Kumar verzekert op zijn beurt zijn achterban dat als de marine
met kernwapens zou worden aangevallen met gelijke munt wordt
terugbetaald.
Zo blijven India en Pakistan een compromisloze machtsstrijd voeren die
alleen verliezers kent. De Kashmiri's zelf vragen om een oplosing
waarbij ook zijzelf worden betrokken; hen wordt echter niets gevraagd.
Twee landen die tot de armsten ter wereld behoren geven jaarlijks
miljarden guldens uit aan een eindeloos durend conflict, terwijl nog
altijd honderden miljoenen inwoners geen schoon drinkwater hebben en
zich onvoldoende kunnen voeden, laat staan dat ze toegang hebben tot
behoorlijk onderwijs of goede gezondheidszorg.
De laatste ontwikkelingen rond het Indo-Pakistaanse conflict zijn te
volgen op het internet op de antioorlog
website.
Veel kernwapencritici zien de kernproeven in India en Pakistan als
directe oorzaak van de zorgwekkende ontwikkelingen van het afgelopen
jaar. De proeflanceringen van nieuwe middellangeafstandsraketten die
daar in april van dit jaar op volgden hebben die ongerustheid alleen
maar vergroot.
Een jaar na het behalen van de dubieuze status van officiële kernmacht
maakten vredesactivisten in Utrecht de balans op. Zij waren te gast op
een door AMOK, de Landelijke India Werkgroep en Kerk & Vrede
georganiseerde bijeenkomst. Onder voorzitterschap van Stan Termeer,
hoofdredacteur van OnzeWereld, spraken Praful Bidwai, I.A. Rehman,
Karamat Ali en Karel Koster over de situatie in India en Pakistan en de
internationale dimensies van een nieuwe kernwapenwedloop.
Terugkijkend op de kernproeven meent Praful Bidwai, gerespecteerd
columnist en een van de oprichters van MIND (Movement in India for
Nuclear Disarmament), dat zelfs de meest enthousiaste aanhangers van de
nucleaire politiek onmogelijk enige winst kunnen claimen. "Zij hadden
bijvoorbeeld gehoopt dat kernbewapening de status van India en Pakistan
in de wereld zou verhogen. Zij hadden gehoopt dat India's claim op een
permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad zou worden versterkt. Zij
hadden gehoopt dat India en Pakistan een genormaliseerde relatie zouden
kunnen aangaan. En zij hadden gehoopt dat kernwapens stabiliteit zouden
creëren in de veiligheidssituatie van de regio als geheel. Niets van
dit alles is gebeurd. India en Pakistan hebben de veiligheid juist
verminderd in plaats van verbeterd." De oplopende spanning rond
Siachen, het gletsjergebied in de Himalaya's waar de bestandslijn die
Kashmir in tweeën deelt stopt, is het meest recente bewijs daarvan.
Bidwai: "Al dat soort confrontaties kunnen nu een buitengewoon
gevaarlijke nucleaire dimensie krijgen. We weten dat het hebben van
kernwapens nog niemand echte veiligheid heeft gegeven." Al sinds 1984
staan Indiase en Pakistaanse troepen tegenover elkaar in Siachen, een
onherbergzaam gebied, gelegen op een hoogte variërend van drie- tot
zevenduizend meter. Deze uithoek van Kashmir heeft de twijfelachtige
eer 's werelds hoogst gelegen slagveld te zijn. Meer dan tienduizend
soldaten hebben er inmiddels het loodje gelegd, in de meeste gevallen
niet door vijandelijk vuur, maar als gevolg van het onmenselijke
klimaat. Veel meer mensen lijden aan het 'Siachen-syndroom':
geheugenverlies, depressiviteit en orintatieproblemen, veroorzaakt door
het lichamelijk onvermogen op zo grote hoogte te acclimatiseren.
Ook hebben de tests de diplomatieke positie van de twee landen ernstig
ondermijnd. In vrijwel ieder internationaal gezelschap worden ze nu
terechtgewezen. Niet alleen door de grootmachten van de G-8, maar ook
in eigen kring. De SAARC, het verbond van Zuidaziatische staten, keurde
de proeven af en ook de organisatie van nietgebonden landen, waarin
India altijd een leidende rol heeft gespeeld, heeft de kernproeven
veroordeeld. Het heeft bovendien de invloed van de nietgebonden landen
op het gebied van de nucleaire ontwapening geschaad. Juist de
nietgebonden landen hebben altijd gehamerd op een koppeling van
verdragen als het nonproliferatieverdrag (NPV) aan een tijdschema voor
de ontwapening van de kernwapenstaten. En dus kwamen zij die hadden
gedacht dat de kernproeven een protest waren tegen de nucleaire
wereldorde van een koude kermis thuis. Bidwai: "Ze probeerden de
nucleaire club niet uit te dagen, ze wilden er juist bij horen. Als
ondergeschikte, tweede-, derderangs leden. En daar zijn ze in geslaagd,
maar tegen een enorme prijs wat betreft hun status en hun veiligheid."
Daar dient de kanttekening bij te worden geplaatst dat een groot deel
van de kritiek die India en Pakistan over zich heen kregen een
hypocriete bijsmaak had. Karel Koster van de werkgroep Eurobom, de
Nederlandse partner in het internationale Project on European Nuclear
Non-proliferation (PENN), noemt in dit verband juist Nederland, dat als
zelfbenoemd gidsland weer vooraan stond in de verontwaardiging van de
internationale gemeenschap, terwijl het als NAVO-partner zich wel het
recht toekent zelf kernbommen op te slaan op de luchtmachtbasis in
Volkel. Wat dat betreft heeft vooral India zich altijd met recht verzet
tegen kernwapenverdragen waarin niet duidelijk een tijdschema voor de
ontwapening van de bestaande kernwapenlanden was opgenomen. Karel
Koster: "In artikel 6 van het Nonproliferatieverdrag (NPV) wordt door
de ondertekenaars de belofte gedaan dat zij serieuze stappen zullen
ondernemen in de richting van nucleaire ontwapening. Desondanks liggen
er kernwapens op Nederlandse bodem die bedoeld zijn om onder bepaalde
omstandigheden ook werkelijk gebruikt te worden. Nederland is lid van
een alliantie, de NAVO, met een nucleaire doctrine, die tijdens de
laatste NAVO-top weer is bevestigd. Daarom bestaat er nog altijd de
mogelijkheid dat we in tijden van oorlog kernwapens zullen gebruiken.
Dat maakt van de Nederlandse ondertekening van het NPV natuurlijk een
volslagen schijnvertoning." India en Pakistan gebruiken het nucleaire
beleid van de NAVO als rechtvaardiging voor hun eigen kerwapenstatus,
onder het mom: "Wat goed voor jullie is, is ook goed voor ons". Daarom
is het volgens Koster zo belangrijk om de krachten te bundelen in de
strijd tegen kernwapens in Zuid-Azië en die in het westen.
Karamat Ali, vakbondsman en een van de drijvende krachten achter de
vorig jaar opgerichte Pakistan Peace Coalition (PPC), ziet de
kernproeven als een mislukte poging van de regering om het geloof in
eigen kunnen te versterken. Volgens hem hebben structurele
aanpassingsprogramma's van het Inter nationaal Monetair Fonds, de
totstandkoming van de de GATT-overeenkomsten en de oprichting van de
wereldhandelsorganisatie WTO steeds meer mensen in Pakistan het gevoel
gegeven dat hun land hoe langer hoe meer een speelbal werd van grote
internationale financiële instellingen. Tegelijk zag men investeringen
van de overheid in ontwikkelingsprojecten dalen, in een land dat
gekenmerkt wordt door grote sociale verschillen. "Er bestond dus een
angst dat men op economisch terrein de souvereiniteit verloor." De
kernproeven hadden moeten bewijzen dat het land nog wel degelijk de
touwtjes zelf in handen had. Karamat Ali vermoedt dat de Indiase
proeven de Pakistaanse regering niet slecht uitkwamen. Los van
militair-politieke overwegingen, hebben ze de tests gebruikt als middel
om hun macht te handhaven. En aanvankelijk met succes, de euforie over
de bom leek een ogenblik de economische malaise verdrongen te hebben.
"Maar binnen een paar dagen begonnen de mensen zich te realiseren dat
ze niet konden leven van dit soort dingen, ze beseften ook dat er geen
winnaar is in het nucleaire spel in Zuid-Azië", zegt A.I.Rehman,
werkzaam bij de Human Rights Commission of Pakistan (HRCP), een van de
grootste ngo's (nietgouvernementele organisaties) van het land. Het
enige voordeel van dit alles is dat er een debat op gang gekomen is dat
tien jaar geleden nog volslagen ondenkbaar zou zijn geweest. Rehman:
"Het zal niet gemakkelijk zijn, maar er zijn tekenen van hoop, die er
enkele jaren terug nog niet waren."
De kosten van de militaire machtspolitiek zijn enorm. Praful Bidwai
rekent voor dat zelfs een beperkt kernwapenarsenaal, pakweg een vijfde
van dat van China, India minimaal 12 miljard dollar zal gaan kosten.
"Als we door de kernproeven in een kernwapenwedloop met China
terechtkomen, zullen onze uitgaven de pan uitrijzen en totaal
onbeheersbaar worden. We moeten ons realiseren dat China dertig jaar
voorsprong op ons heeft als nucleaire en strategische macht, en een
economie heeft die drie maal groter is dan die van India."
Daarnaast zijn er de nog de sociale kosten van het nucleaire avontuur.
Bidwai: "Er was een explosie van mannelijk chauvinisme, van
fundamentalistisch nationalistische ideeën, van het meest radicale
soort jingoïsme. (...) Men wilde het radioactieve zand van Pokhran, de
testplaats, verzamelen en ter verering ermee in een feestwagen door het
land trekken. Met dat soort groteske vormen van hindoenationalisme
gingen de kernproeven gepaard."
Niet minder verontrustend zijn de ontwikkelingen in Pakistan, waar het
leger nog altijd een belangrijke vinger in de pap heeft. De Taliban
heeft zijn opmars in Afghanistan voor een groot deel te danken aan de
steun die het van Pakistan kreeg en krijgt. Daarnaast winnen
fundamentalistische moslims ook in eigen land terrein. Vorig jaar heeft
premier Sharif islamitisch recht à la Afghanistan gentroduceerd en naar
verwachting zal de nieuwe wet volgend jaar door de Senaat worden
aangenomen. Toch is Sharif geen fundamentalist, maar meer een op macht
beluste industrialist. Volgens I.A. Rehman wil hij met de draconische
wetgeving niet alleen het sectarisch geweld in het land beteugelen,
maar ook de oppositie monddood maken. Een week na zijn bezoek aan
Nederland ondervond Rehman dat aan den lijve. De nieuwsbrief van de
HRCP werd door de autoriteiten verboden. De maatregel is onderdeel van
een grote schoonmaakoperatie waarbij half mei niet minder dan 1941
ngo's werden verboden. Officieel omdat ze vals en frauduleus waren of
tegen het nationale belang indruisden. Een aantal activisten wordt met
lastercampagnes zwart gemaakt of krijgt ongevraagd inlichtingendiensten
op bezoek. Samen met enkele collega's verdween de bekende journalist
Najam Sethi begin mei voor vier weken achter de tralies, omdat ze
meegewerkt hadden aan een BBC-documentaire over corruptie in Pakistan.
Niet ten onrechte toonde Rehman zich daarom in Utrecht weinig hoopvol:
"Ik durf zonder twijfel te stellen dat de bevolking van Zuid- Azië in
de vijf decennia sinds de onafhankelijkheid geen werkelijk democratisch
bestuur heeft gekend. Toch is er altijd hoop geweest dat men in de loop
van het politieke experiment de wensen van de bevolking zou leren
respecteren. Maar dat is niet gebeurd en door de kernproeven zal het op
korte termijn ook niet gebeuren."
India heeft toegezegd niet als eerste kernwapens te zullen gebruiken en
dat het geen kernwapenwedloop wil, maar slechts een minimum
afschrikking. Inhoudsloze beweringen volgens Bidwai. Juist Pakistan
hecht aan de optie als eerste naar kernwapens te kunnen grijpen, ter
compensatie van hun zwakkere positie op het gebied van conventionele
wapens. Verder is het ook absoluut geen defensief gebaar van India,
integendeel. "OK, we zullen niet de eerste zijn die kernwapens
gebruikt, maar als we ze gebruiken, kunnen we ze op een verwoestende
manier gebruiken, dan zullen we jullie volledig van de kaart vegen."
Met een verwijzing naar de kernwapenwedloop tussen de Sovjet-Unie en de
VS tijdens de Koude Oorlog geeft hij aan hoe rekbaar termen als minimum
afschrikking zijn. Bovendien heeft nog geen enkele Indiase leider
kunnen aangeven wat dat minimum dan is. "Het enige wat ze zeggen is dat
het geen vaste waarde is. Wat een minimum is ten opzichte van Pakistan,
zal niets zijn ten opzichte van China. Deze minima hebben geen
betekenis. Een kernwapenwedloop wordt per definitie niet alleen bepaald
door mijn beslissingen, maar ook door die van mijn tegenstander."
Praful Bidwai stelt dat de waarde van de 'busdiplomatie' van februari
dit jaar, toen de Indiase premier Vajpayee per bus zijn Pakistaanse
collega Sharif opzocht in Lahore, niet moet worden overdreven. Voor een
belangrijk deel vond de top plaats onder druk van de internationale
gemeenschap. Met in het achterhoofd een spoedige verzachting van de
internationale sancties hadden allebei veel belang bij een positief
diplomatiek signaal naar de buitenwereld. Maar om te stellen dat het
overleg een positief gevolg was van de kernproeven is de wereld op z'n
kop. Bidwai: "Alledrie hier (Ali, Rehman en Bidwai; FS) zijn we
betrokken bij initiatieven als het Pakistan-India Forum for Peace and
Democracy. We zeggen tegen onze regeringen: stop deze nonsens. We zijn
niet geïnteresseerd in oorlog, we zijn niet geïnteresseerd in
onderlinge vijandelijkheden, deze rethoriek moet stoppen. (...) Er zijn
problemen die opgelost moeten worden, ja, ladingen, maar betrek daar
niet hele samenlevingen in door ze met een niet aflatende logica van
wederzijdse rivaliteit te veranderen in gewelddadige instellingen. Dit
hadden we jullie vijf jaar geleden ook kunnen vertellen. Zo'n
topontmoeting zou toen net zo hartelijk zijn ontvangen door mensen uit
India en Pakistan. Het vond nu deels gedwongen plaats en niet vanuit
een meer evenwichtige benadering van de onderlinge verhoudingen." Een
minstens zo opmerkelijke ontmoeting ging vrijwel volledig aan de rest
van de wereld voorbij. Tijdens de Hague Appeal for Peace kwamen,
misschien wel voor het eerst in zulke getale, tientallen
vertegenwoordigers van de verschillende Kashmiri bewegingen, van
gevluchte hindoes tot separatistische moslims, bij elkaar. Hoewel de
gemoederen tijdens de bijeenkomst onder leiding van de Timorese
Nobelprijswinnaar Ramos Horta af en toe vrij verhit raakten, riepen
allen op tot een open dialoog onder Kashmiri's en de terugkeer naar een
maatschappij waar Kashmiri's, hindoe en moslim, vreedzaam naast elkaar
leven. Bidwai: "Langs deze weg kan er werkelijk vooruitgang worden
geboekt, niet door militaire confrontaties met het weerzinwekkende
potentieel van een escalatie op nucleair niveau."
Toch blijft Bidwai geloven dat ondanks de tests van vorig jaar de weg
naar een vreedzame oplossing nog niet is afgesloten. Met steun van de
internationale vredesbeweging moet het mogelijk zijn een breder gehoor
te krijgen voor de niet-militaire optie.
Karamat Ali, die regelmatig in Nederland verblijft, had ook nog een
boodschap voor de Nederlandse vredesbeweging. "Het is zo triest te zien
dat Holland niet meer aan hollanditis lijdt. Die ziekte had moeten
blijven. Ik heb zelf deelgenomen aan de antinucleaire demonstratie in
Den Haag in 1984; dat was iets ongelovelijks. Vandaag de dag zullen er
misschien nog twintig mensen op af komen, terwijl sommige van de
leiders van die beweging nu volslagen havikken zijn. Het is daarom
belangrijk hier een sterke vredesbeweging te ontwikkelen."
Frank Slijper
Het wapenembargo dat Nederland na de kernproeven tegen India en
Pakistan afkondigde staat van meerdere kanten onder druk. Niet zo raar:
de twee landen zijn beide goede klanten van de Nederlandse
wapenindustrie (zie VD/AMOK nr.3/1998). Nu het embargo al meer dan een
jaar duurt dreigen een aantal bedrijven nieuwe orders mis te lopen en
wordt er dus stevig gelobbyd voor een versoepeling van de regels.
Indiase en Pakistaanse vredesactivisten pleiten echter voor handhaving
van het embargo. In tegenstelling tot economische sancties, die vooral
de armen treffen, raakt een wapenembargo direct het militaire apparaat,
zo stellen ze. Gelukkig lijkt een overgrote Kamermeerderheid (exclusief
de VVD) nog steeds het wapenembargo te ondersteunen.
De Indiase premier Vajpayee is nog niet thuis van het bezoek eind
februari aan zijn Pakistaanse buurman Sharif, of VVD-Kamerleden Van den
Doel en Hessing trekken minister van Aartsen aan zijn mouw met de vraag
of het overleg in Lahore niet "een voldoende basis is om de bestaande
vergunningenstop op de export van militaire goederen naar India en
Pakistan op te heffen en zodoende aan te sluiten bij het beleid van de
andere lidstaten van de EU?"
Een moeilijke vraag waar de minister van buitenlandse zaken tien weken
lang het antwoord op schuldig moet blijven. In die tussentijd is van
het optimisme over de topontmoeting, voor wie dat al bezat, nog maar
weinig over. India en Pakistan hebben in april hun Agni en Ghauri
getest, middellangeafstandsraketten die een dikke tweeduizend kilometer
moeten kunnen afleggen alvorens hun (kern)bommen bij de vijand te
droppen. Het tijdschrift Jane's International Defence Review noemt de
tests "een grotere bedreiging voor de stabiliteit in Zuid-Azië dan de
kernproeven van het jaar ervoor". Van Aartsen vindt echter niet dat "de
proeflanceringen een fundamentele stap terug betekenen op het pad van
nucleaire wapenbeheersing en regionale samenwerking tussen India en
Pakistan." Op termijn, Van Aartsen noemt een periode van 3 maanden, wil
hij uitzonderingen voor bepaalde vervolgorders overwegen. Nieuwe
exportaanvragen blijven vooralsnog kansloos.
Maar met een beetje creativiteit zijn er altijd sluiproutes te vinden.
In maart trekt het Alkmaarse Dynaf, fabrikant van onder andere
aggregaten voor radarsystemen van Hollandse Signaal (HSA), aan de bel
bij de ouderenfractie van Noordhollandse provinciale staten. Tien
aggregaten plus reserveonderdelen (waarde: ruim anderhalf miljoen
gulden) voor de Indiase landmacht staan klaar voor verscheping maar
krijgen geen exportvergunning vanwege het lopende embargo. Het
ministerie van economische zaken wil wel helpen, maar buitenlandse
zaken ligt dwars. Verder dreigt het bedrijf een nieuwe Indiase order
voor nog eens 70 aggregaten (ter waarde van tien miljoen gulden) mis te
lopen, waardoor de werkgelegenheid gevaar loopt. De noodkreet valt in
goede aarde. Eind mei onthult het radioprogramma 'VPRO aan de Amstel'
dat Dynaf met hulp van Gedeputeerde Staten en een districtsbestuurder
van FNV Bondgenoten een voor de regering aanvaardbare oplossing heeft
bedacht. Via een zogeheten 'u-bocht-constructie' worden de
gereedstaande aggregaten ondergebracht bij een al vóór het embargo
verstrekte vergunning aan HSA en kunnen zo alsnog de deur uit. Met de
nieuwe spanningen tussen India en Pakistan in Kashmir ziet Dynaf het
voorlopig echter somber in voor de nieuwe miljoenenorder.
Ondertussen heeft de Indiase marine begin juni de destroyer Mysore in
de vaart genomen. De Mysore is de tweede in een serie van drie in India
gebouwde oorlogsschepen. De drie schepen hebben ieder een tweetal door
HSA geleverde radarsystemen aan boord; nog een derde type radar is door
het Indiase Bharat Electronics ontwikkeld op basis van HSA-technologie.
Uit een ander marineproject rolt binnenkort de eerste van drie
fregatten; ook hier zijn de radarsystemen weer van HSA afkomstig. De
mogelijke rol van de marine in het IndoPakistaanse conflict is weinig
belicht. Toch zijn beide marines sinds juni in opperste staat van
paraatheid gebracht. De Indiase admiraal Sushil Kumar heeft zijn land
verzekerd dat de marine een nucleaire aanval af kan slaan en in staat
is met gelijke munt terug te betalen.
In afwachting van betere tijden blijft de Nederlandse industrie zo goed
en zo kwaad als het kan de contacten warmhouden. Het embargo verbiedt
bedrijven immers niet om wapenbeurzen in de regio af te lopen. Zo was
HSA in november vorig jaar te gast op de luchtvaartbeurs Aero'98 in het
Indiase Bangalore en een paar maand later op de grootste wapenbeurs van
de buren. Op de Pakistan Naval Defence Show'99 staat Signaal onder de
paraplu van Thomson in het Franse paviljoen. Het bedrijf bevindt zich
in Karachi in bekend gezelschap: een eindje verderop staat de stand van
het laboratorium van Abdul Qadir Khan, de voormalige atoomspion bij UCN
Almelo.