De olifant en het blaadje sla

uit: VD AMOK nr. 3 2000

Na de overname van de Schelde door Damen Shipyards zijn er nog maar twee werven in Nederland die grote marineschepen kunnen bouwen: Damen en de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM). De eerste houdt zich bezig met oppervlakteschepen (van patrouilleschepen tot fregatten), de tweede met onderzeeërs. Van de bouw van dit laatste scheepstype komt bij de RDM al bijna tien jaar niets meer terecht. In 1992 werd de laatste onderboot voor de Nederlandse marine te water gelaten. Sinds de verkoop door Wilton-Fijenoord van twee Sea Dragon onderzeeërs aan Taiwan, begin jaren tachtig, zijn ze niet meer geëxporteerd.

Toch komt de RDM regelmatig in het nieuws met berichten over op handen zijnde exporten. Er is de afgelopen jaren sprake geweest van deals met Chili, Indonesië, Israël, Pakistan, Thailand en Zuid-Afrika. Vorig jaar zou een Egyptische order vrijwel rond zijn. Omdat de Egyptische duikboten in samenwerking met de Amerikaanse industrie worden aangeboden is deze transactie kansrijker dan de anderen. Vooral omdat Egypte de schepen met financiële steun van Washington kan betalen. Het is voorlopig echter nog onduidelijk of de Egyptische order doorgang zal vinden.

Meest recent werd bekend dat Maleisië een lease-contract heeft getekend voor gebruik van twee oudere Zwaardvis onderzeeërs, die de RDM in bezit heeft om potentiële klanten over te halen om nieuwe onderzeeërs van de Moeraal-klasse te kopen. Ook hier moeten weer de nodige slagen om de arm worden gehouden. In 1990 was Zweden in een vergevorderd stadium voor verkoop aan Maleisië onder een vergelijkbare constructie: eerst levering van oudere onderzeeërs voor opleiding en training en vervolgens nieuwe.

Economische zaken heeft al laten weten dat een exportvergunning voor Maleisië niet op problemen zal stuiten. Opmerkelijk. Dat Maleisië partij is in een van de meest complexe en gevaarlijke conflicten van Zuidoost Azië, het conflict om de strategische en energierijke Spratly-eilanden, weegt blijkbaar niet zwaar genoeg voor een terughoudend wapenexportbeleid. Ook andere, kleinere, grensconflicten waarin Maleisië is verwikkeld zijn van maritieme aard. China en Thailand hebben al laten weten dat de aankoop van onderzeeërs de vertrouwensrelatie tussen de landen in de regio verstoort en tot een nieuwe wapenwedloop kan leiden. De bevelhebber van de Maleisische marine meent echter dat de vrede in de regio gediend is met de nieuwe wapens. Dat Maleisië net opkrabbelt uit de economische crisis die het land in 1997 trof, is een andere reden om vraagtekens te zetten bij de levering. Het overheidsgelden zouden beter elders geïnvesteerd kunnen worden. Andere materieelprojecten van Maleisische krijgsmacht verlopen overigens weinig soepel vanwege een financiële problemen. Tenslotte kan de wapenleverantie niet door de beugel vanwege het autocratische regime van Mahathir dat op grove wijze mensenrechten schendt. Dat mocht onlangs ook de voormalig tweede man, Anwar Ibrahim, aan den lijve ondervinden. Ooit beoogd opvolger van de premier, is hij nu, na een schijnproces dat in augustus werd afgerond, voor 15 jaar bajesklant. De levering van een dergelijk belangrijk wapensysteem zal zeker worden opgevat als politieke steun.

Ondanks de carte blanche die de RDM van Economische Zaken kreeg, laat een zegsman van het bedrijf aan NRC-Handelsblad weten: 'De steun van de overheid is te vergelijken met het geven van een blaadje sla aan een olifant.' De man is wel erg kort van memorie. Hij lijkt te zijn vergeten dat de overheid de lokkertjes van de Zwaardvis-klasse, die indertijd voor 65 miljoen in de boeken stonden, voor 5 miljoen gulden aan de RDM verkocht. Bovendien verstrekte de overheid voor het ontwerp van de Moeraal een forse subsidie: 26 miljoen voor het ontwerp van de Moeraal 1400 klasse en 47 miljoen voor de Moeraal-1800. Tenslotte mocht de RDM dit voorjaar deelnemen aan de Fairwind reis die de Nederlandse en Belgische marine maakten om de Nederlandse defensie-industrie een verkoopplatform in Zuidoost- en Oost-Azië te bieden. Bovendien is de kans groot dat de Nederlandse overheid de financiële risico's die bij deze levering worden gelopen via de Nederlandse Krediet Maatschappij (NCM) afdekt. Een beetje ondankbaar om dan zo te klagen over de steun van de overheid om deze exportonderzeeër te verkopen.

Laten we hopen dat de marketing afdeling van de RDM, ondanks alle steun, blijft falen zodat de RDM geen bijdrage levert aan de proliferatie van dit gevaarlijke wapen.

bron: o.a. NRC-Handelsblad 30 augustus 2000; Telegraaf 2 september 2000) (MB)