Tijdens
zijn
verkiezingscampagne beloofde Barack Obama een
einde te maken aan de nauwe verstrengelingen van politiek en
bedrijfsleven.
Lobbyisten zouden geen plaats mogen hebben op invloedrijke posities. Zo
ook
voor representanten van de wapenindustrie. Die belofte bleek al snel
boterzacht. Raytheon top-lobbyist William Lynn, tijdens de tweede
Clinton
termijn al eens staatssecretaris, mocht ondanks alle retoriek gewoon
rechterhand worden van defensieminister Robert Gates. Bij Raytheon was
de
portefeuille Missile Defence een van de belangrijkste; het bedrijf is
de maker
van raketonderscheppingssystemen, zoals bijvoorbeeld de Patriot en de
SM-3. En
laat het raketschild nu juist een van de meer controversiele punten
voor de
komende verkiezingsperiode zijn. Toch zijn aan Lynn geen beperkingen
gesteld,
ook niet met betrekking tot zaken die raken aan zijn oude functie.
Normaal
mogen officials twee jaar geen functie in het bedrijfsleven hebben
uitgeoefend
die van invloed kan zijn op de te betrekken overheidsfunctie.
Nederland
kent
dergelijke maatregelen helemaal niet.
Bedrijfsleven en politiek doen op grote schaal aan kruisbestuiving.
Eind jaren
negentig zorgde oud Defensiestaatssecretaris Gmelich Meijling voor
opschudding
toen bleek dat hij al snel na z’n vertrek uit Den Haag als lobbyist aan
het
werk was voor ondermeer Thales Nederland en het Israelische
wapenbedrijf
Rafael. In diezelfde tijd werd tot de aanschaf van de Gill
antitankraket
besloten, gemaakt door Rafael, met hulp van Thales. Sinds 2005 is
Meijling ook
voorzitter van de NIDV, de lobby van de Nederlandse defensie-industrie.
Thales Nederland heeft een goede neus voor
militaire
sleutelfiguren. Eind vorig jaar meldde het ex-generaal Dick Berlijn als
commissaris aangetrokken te hebben. De voormalige bevelhebber was net
een half
jaar eerder afgezwaaid bij Defensie. Niet voor niets roemt Thales zijn
“enorme
operationele kennis en zijn uitgebreide internationale netwerk.”
Foto's: Rafael
stand op Eurosatory wapenbeurs Parijs 2008
Op een schaduwconferentie van activisten voorafgaand aan de Gulf Cooperation Council, hebben activisten uit de Golfstaten hun overheden opgeroepen olie-inkomsten niet langer aan te wenden voor een geldverslindende wapenwedloop die niet het publieke belang dient. Verder pleit The Parallel Forum voor grotere publieke bemoeienis bij de besluitvorming van hun regeringen. Het burgerforum vertolkt daarmee een weinig gehoord geluid uit een regio waar militaire budgetten in relatieve termen tot de hoogste ter wereld behoren.
Niet voor niets trekt de internationale wapenindustrie iedere twee jaar naar Abu Dhabi, waar de IDEX, een van ’s werelds grootste wapenbeurzen plaatsvindt. Journalist Bahram Sadeghi, hield een dagboek bij van het bezoek dat hij aan de beurs bracht: http://weblogs.debalie.nl/bahram/
(Gulf
leaders urged ‘no cash for arms’, Middle East Online 27 december 2008)
In een paar maanden tijd heeft de financieel-economische crisis heel wat heilige huisjes doen sneuvelen. Globaal gezien blijft de krijgsmacht behoorlijk uit de wind. Her en der (Rusland, Oekraïne en Hongarije) wordt gesneden in het budget, elders gaat die juist flink omhoog (India, China). In veel westerse landen lijkt de crisis vooralsnog weinig vat te hebben op de militaire uitgaven.
Op dit
moment is nog
niet duidelijk welke precieze
koerswijzigingen Washington onder Obama doorvoert, maar op korte
termijn blijft
de defensiebegroting onaangetast. Dat op zich is al opmerkelijk gezien
de
enorme stijgingen van de jaren onder Bush. In 2000 lag het budget net
onder de
300 miljard dollar, voor 2009 staat 538 miljard dollar ingeboekt. Daar
zijn dan
nog niet bij inbegrepen de zogeheten war
supplementals, de extra oorlogsbudgetten voor bijvoorbeeld Irak en
Afghanistan, die van minder dan 9 miljard dollar in 2000, naar bijna
190
miljard in 2008 stegen. Hoewel op dat vlak de rek er uit is, staat voor
dit
jaar nog altijd 140 miljard dollar begroot. Bovendien zal de
geleidelijke
terugtrekking van Amerikaanse trioepen uit Irak worden gecompenseerd
door een
nieuwe surge in Afghanistan. De ruime verdubbeling van de
militaire
uitgaven uit het tijdperk Bush zal door Obama zeker op korte termijn
niet
ongedaan worden gemaakt.
Interessant is de uitkomst van de lopende onderhandelingen rond enkele peperdure wapenprogramma’s zoals de Joint Strike Fighter. Vanwege kostenoverschrijdingen en oplopende vertragingen staat het op de nominatie gekort te worden. Op het gebied van het materieel lijkt Obama een duidelijk strakker beleid voor te staan dan zijn voorganger.
Mocht het mes in de JSF gaan, dan heeft dat uiteraard consequenties voor de andere landen die zich aan het project verbonden hebben, zoals Nederland. Het zou de genadeklap zijn voor de politieke steun aan de Nederlandse deelname, nu naast een twijfelende PvdA, ook de Christen-Unie niet langer zeker van de zaak is. Want als zelfs de Amerikaanse Rekenkamer je vertelt dat je beter kunt wachten met de aanschaf van de JSF – zoals tijdens een recent Kamer bezoek aan de VS - wat zou je dan nog hechten aan het blinde vertrouwen dat staatssecretaris Jack de Vries er in heeft?
Vanuit economisch perspectief interessant is het nieuwe rapport van het Centraal Planbureau dat – net als in 2001 - stelt dat de JSF netto geen extra werkgelegenheid oplevert, want schaars technisch personeel elders aan de markt onttrekt. Daar komt bij dat vanuit Washington protectionisme weer meer ruimte krijgt en nieuwe Buy America wetgeving eisen verscherpt ten aanzien van wapenaankopen. Dat heeft ongetwijfeld gevolgen voor de Nederlandse JSF bedrijven.
Goed nieuws voor de industrie: in de nieuwste dreigingsanalyses heeft de economische crisis het wereldwijde terrorisme verdrongen als belangrijkste bedreiging van de Amerikaanse veiligheid. Zo’n nieuwe dreiging biedt uiteraard altijd nieuwe mogelijkheden voor de wapenindustrie.