Menno Steketee, NRC-Handelsblad, 12 juli 2003
ROTTERDAM, 12 JULI. Door training van personeel, zegt Kamerlid F.
Timmermans, defensiewoordvoerder van de PvdA, ,,is Nederland onderdeel
van wapenexport naar het Midden-Oosten''.
Volgens het Nederlandse wapenexportbeleid mogen geen wapens worden
uitgevoerd naar regio's waar spanningen heersen. Het Midden-Oosten is
zo'n gebied. Timmermans vindt het ,,vreemd'' dat militair personeel
wordt opgeleid van landen waaraan geen defensiematerieel mag worden
verkocht. De Koninklijke Marine zegt niets te weten van de overeenkomst
tussen Siemens en Israël over de opleiding in Zoetermeer. Een
marinewoordvoerder zegt dat de Onderzeedienst ,,in het verleden'' en
,,op incidentele basis'' wel eens Israëlisch personeel heeft opgeleid,
maar dat dit ,,altijd in overleg met Buitenlandse Zaken'' gebeurde. Het
ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt echter niet op de hoogte te
zijn gesteld van de opleiding bij Siemens van de vijf Israëlische
marine-instructeurs. Kamerlid B. Bakker, defensiewoordvoerder van D66,
vindt dat Nederland wel op de hoogte zou moeten zijn van wat
particuliere ondernemingen op Nederlands grondgebied uitvoeren
,,aangezien hier internationale veiligheidspolitiek wordt bedreven''.
De Israëlische militairen zijn bij Siemens geschoold in het gebruik van
simulatoren voor de drie onderzeeërs van de Dolphin-klasse van Duitse
makelij die sinds oktober 2001 bij de Israëlische marine in dienst
zijn. Militaire analisten stellen dat de drie onderzeeërs zijn
uitgerust met kruisraketten die zijn voorzien van een kernlading.
Samenwerking met kernmachten die het
Non-Proliferatie Verdrag tegen de verspreiding van atoomwapens niet
hebben ondertekend - zoals Pakistan, India en Israël - geldt als zeer
omstreden.
Siemens bouwt in Zoetermeer zogeheten EMCS-simulatoren. ,,Zo'n
simulator bootst alle kleppen en bewegende delen van die onderzeeërs
na'', aldus de Siemens- woordvoerder. De Israëlische instructeurs
reisden naar Zoetermeer om vertrouwd te raken met deze apparatuur. Ze
verbleven daar, aldus Siemens, tien tot elf weken. De simulator staat
intussen opgesteld op een Israëlische marinebasis bij Haifa. De
Dolphin-onderzeeboten zijn gebouwd op de HDW-werf in het Duitse Kiel en
gefinancierd door de Duitse overheid. Dat land was na de Eerste
Golfoorlog in 1991 in grote verlegenheid gebracht door de onthulling
dat veel Duitse bedrijven Irak behulpzaam waren geweest bij de
ontwikkeling van biologische en chemische wapens en het vergroten van
het bereik van Scud-raketten. Irak vuurde in 1991 meer dan dertig
Scud-raketten af op Israëlische steden. De toenmalige Bondskanselier
Helmut Kohl liet Israël daarop weten dat het land kosteloos een keuze
zou mogen doen uit het aanbod van de Duitse defensie-industrie. Israël
koos daarop voor drie peperdure `Type 212'-onderzeeboten, de Dolphin,
de Tekoema en de Liviathan, waarvan de eerste twee door de aanleiding
van de aanschaf de bijnamen Saddam en Hoessein kregen. Die boten
moesten dan wel aan specifieke militaire eisen worden aangepast, zoals
de mogelijkheid om kikvorsmannen mee te voeren en op vijandelijke
kusten af te zetten. Eén van die belangrijke wijzigingen ten opzichte
van het Duitse model was de toevoeging van vier torpedobuizen met een
ongebruikelijk diameter van 650 millimeter. Deze torpedobuizen maken de
boten van de Dolphin-klasse, aldus de Israëlische marine, geschikt om
antischipraketten van het Amerikaanse type Harpoon of de Turbo Popeye
van Israëlische origine af te vuren.
Militaire analisten en veiligheidsinstituten zijn van mening zijn dat
Israël deze raketten heeft opgewaardeerd zodat ze een groter bereik
hebben en bovendien heeft voorzien van een kleine kernlading. Israël
verzocht in een eerder stadium de Verenigde Staten om de levering van
Tomahawk kruisraketten die met kernladingen zijn uit te rusten, maar
dat werd geweigerd. Dat gebeurde volgens sommige waarnemers omdat de VS
bang waren dat Israël deze raketten van een kernkop wilde voorzien.
Deze lezing werd versterkt doordat de Amerikanen Groot-Brittannië en
Spanje - en in de toekomst mogelijk ook Nederland - wél toestemming
verleenden om deze kruisvluchtwapens aan te schaffen. Volgens
onbevestigde berichten vuurde een Israëlische onderzeeër begin 2000 in
de Indische Oceaan een kruisraket af met een bereik van 1500 kilometer.
Door de nucleair bewapende onderzeeboten beschikt Israël als enige land
naast de VS, Rusland en China, over een zogeheten nucleaire triad, een
`driepoot' van kernbommen, atoomraketten en door onderzeeërs af te
vuren kernraketten. De drie pijlers van een kernarsenaal maken het
onwaarschijnlijk dat dit in één klap kan worden uitgeschakeld. De
Israëlische `driepoot' is opgebouwd uit kernbommen die kunnen worden
afgeworpen door F-15 en F-16 jachtbommenwerpers die zijn gestationeerd
op de basis Tel Nof bij Tel Aviv, uit Jericho- kernraketten die vanuit
onderaardse silo's, eveneens bij Tel Aviv, kunnen worden afgevuurd. Als
derde `poot' zouden dus de onderzeeërs van de Dolphin-klasse gelden.
De voormalige Israëlische marinecommandant Abraham Botzer vertelde de
Israëlische radio aan het begin van de jaren negentig dat de
onderzeeërs vooral een militair instrument van de staat waren en niet
alleen van de marine. ,,Overal ter wereld hebben onderzeeboten een
afschrikkende rol tegen aanvallen met onconventionele wapens.'' Zij
garanderen, aldus Botzer, dat ,,de vijand geen pre- emptive aanval met
onconventionele wapens kan uitvoeren en daarmee straffeloos wegkomen.''