Militaire en veiligheidsindustrie profiteert van anti-migratiedeals met autoritaire regimes

mei 2018 - Met zijn beleid van vooruitgeschoven grenzen ondermijnt de Europese Unie zijn eigen inzet voor mensenrechten, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid, aldus een nieuw rapport van Stop Wapenhandel en het Transnational Institute (TNI). De samenwerking van de EU met derde landen om migranten tegen te houden versterkt autoritaire regimes, onttrekt geld aan ontwikkeling en schaadt mensenrechten, terwijl beveiligings- en wapenbedrijven profiteren. Het is zorgelijk dat de Nederlandse regering zegt een voortrekkersrol in dit beleid te willen spelen.
 
Het rapport, Expanding the Fortress, onderzoekt de snelle opkomst van vooruitgeschoven grensbewaking , die begon in 1992 en versneld werd in 2015. Het stoppen van migraten is een centraal doel geworden van het EU buitenlands beleid, waaronder hulp- en handelsrelaties. De maatregelen behelsen onder meer training van veiligheidstroepen, het gratis ter beschikking stellen van helikopters, patrouillevaartuigen, patrouillevoertuigen en surveillance- en monitoringsmaterieel, alsmede de ontwikkeling van grootschalige biometrische systemen en verdragen voor het accepteren van gedeporteerde mensen.
 
Het rapport onderzoekt de relatie met 35 landen die voor de EU prioriteit hebben als vooruitgeschoven grensland. Van deze landen:
- heeft 48% (17) een autoritaire regering, slechts vier kunnen als democratisch beschouwd worden;
- kent 100% (35) een extreem of hoog risico op mensenrechtenschendingen;
- heeft 51% (18) een laag niveau van menselijke ontwikkeling.
 
Desondanks hebben de EU en zijn lidstaten niet alleen overeenkomsten getekend die de regeringen van deze landen legitimiteit verlenen en heeft zij zich blind getoond voor mensenrechtenschendingen, maar ook zijn deze landen voorzien van financiële steun, training en materieel om precies die overheidsorganen te versterken die het meest verantwoordelijk zijn voor repressie en mensenrechtenschendingen.
 
In het rapport wordt specifiek de samenwerking met Turkije, Libië, Egypte, Soedan, Niger, Mauritanië en Mali onder de loep genomen. Naast de inspanningen van de EU is ook bilaterale samenwerking met EU-lidstaten aan de orde, vooral met Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland. Dit heeft geresulteerd in het versterken van autoritaire regimes, en in groeiende repressie en geweld tegen vluchtelingen. Kwetsbare vluchtelingen worden gedwongen andere, vaak gevaarlijkere migratieroutes te zoeken en worden in handen van criminele mensensmokkelnetwerken gedreven. Dit leidt tot een relatief hoger aantal doden op de Middellandse Zee en in de woestijn van Noord-Afrika.
 
Van de toenemende EU financiering voor grensbewaking en -controle profiteren de militaire en beveiligingsindustrie. Tot de winnaars van grensbewakingscontracten behoren de Frans-Nederlandse wapengigant Thales, het Paneuropese Airbus, de biometrische bedrijven Veridos, OT Morpho en Gemalto, de Duitse wapenbedrijven Hensoldt en Rheinmetall, de Italiaanse ondernemingen Leonardo en Intermarine en de Turkse militaire bedrijven Aselsan en Otokar. De Nederlandse scheepsbouwer Damen verdiende goed aan het leveren van schepen voor grensbewaking aan de kustwachten van Libië en Turkije.
 
Ook een aantal (semi)publieke organisaties, zoals het Franse Civipol, profiteren van het EU-beleid door het verstrekken van advies, het geven van trainingen en het uitvoeren van grensbewakingsprojecten.